Boosten

Engelse werkwoorden die we vernederlandsen. Noem het een hobby.

Zouden ze in andere landen dat jatwerk net zo onbekommerd doen? En hoe werkt dat dan? Ik zal het mijn Franse schoondochter eens vragen. Zijn er überhaupt Nederlandse werkwoorden verfranst? Als we een buitenlands woord inpikken noemen we dat vaak een leenwoord. Maar dat blijkt vaak niet te kloppen. Wat we lenen, houden we ook.

Het gemak waarmee we woorden als assignen, bloghoppen, bungeejumpen en troubleshooten oppikken, gebruiken en vervoegen. Adembenemend. Gisteren hoorde ik een meneer op de televisie de hoop uitspreken dat we in december alle ouderen geboost hebben.

Mijn vrouw corrigeerde hem, het betreft hier niet de ouderen maar hun immuunsysteem. Ik complimenteerde hem. Ja, kom maar op. Nieuwe woorden zijn altijd welkom. Hoewel, de Taalunie nam het nog niet op in de Woordenlijst. Maar van mij mogen die woorden. We zijn een gastvrij land. Toch?

En wilt u ze ook nog spellen? Geen probleem. Onze Taal heeft een prachtig overzicht van vernederlandste Engelse werkwoorden. Genieten. En natuurlijk, ‘boosten’ staat erin.

Lekker ipadden

Volgende week verzorg ik een dictee voor illegale tekstschrijvers, een groep Groningse tekstschrijvers die geen lid zijn van Tekstnet. Maar ik ben de beroerdste niet. En bovendien, een dictee maken, zo’n kans laat je niet voorbijgaan. Of voorbij gaan?

Mijn dictee gaat niet over te allen tijde of onmiddellijk of over het przewalskipaard. Mijn dictee zou je foutloos moet kunnen maken als je de spellingsregels kent.

Wat oriënterend gegoogel inzake de regels rond het vervoegen van Engelse werkwoorden levert een onverwachte vondst. Het werkwoord ‘ipadden’ in de betekenis van ‘met de iPad bezig zijn’.

Ik herinner me nog hoe ik moest wennen aan het werkwoord ‘computeren’ dat mijn kinderen bezigden toen ze klein waren en er een computer in huis kwam. Ik vond het een misbaksel. Het woord, welteverstaan. Maar niet veel later vaardigden wij huisregels uit rond het computeren. Niet langer dan een half uur, en niet na het eten. Nu maken kinderen ongetwijfeld ruzie over de iPad. Ik vraag me wel af of ouders bij het formuleren van de huisregels daarover die regels correct spellen. Dat is belangrijk want als kinderen hun ouders op spelfouten betrappen, verliezen die ouders hun geloofwaardigheid.

Laat ik daarom een kant-en-klare formulering voor u klaarzetten. Zodat uw kinderen u blijven geloven, ook als er een zwarte piet door de cv-installatie kruipt.

Kinderen onder de 16 mogen in dit huis voor 19.00 uur maximaal 1 uur ipadden. Ipadden na die tijd is alleen toegestaan als je ervoor niet geïpad hebt én het voor school nodig is. Daarvoor dien je een door school ge-e-maild bericht aan je vader of moeder te laten zien. Is er een mede-ipadder? Dan geldt dat het oudste kind de oudste iPad krijgt.

U ziet, niet alleen de spelling laat zich nauwelijks beregelen.

(Bekijk hier het dossier ‘De spelling van werkwoorden van Engelse herkomst’ van Onze Taal)

Zwarte zwartepietende Zwarte Pieten

Veel mensen vragen mij: ‘Wout, hoe zit dat nou eigenlijks met de hoofdletters in Zwarte Piet?’ Die onzekerheid in de samenleving is gevaarlijk en kan leiden tot een eindeloze  zwartepietendiscussie of een loodzwaar Zwarte Pietdebat of  Zwarte Pieten-rondetafelgesprek. Ik zocht het uit.

Onze Taal – de gebruikersvereniging van onze taal – is er helder over.

Volgens de regels krijgt zwarte piet kleine letters als deze benaming als ‘soortnaam’ gebruikt wordt. Dan is niet de unieke persoon Zwarte Piet bedoeld, maar een willekeurig iemand die zich verkleed heeft als de knecht van Sinterklaas:

  • Bij dat bedrijf kun je goede zwarte pieten inhuren.
  • We zullen nog een extra zwarte piet regelen.

Wie in deze laatste zinnen liever hoofdletters schrijft, maakt volgens ons geen grote fout. Je kunt Zwarte Piet immers ook opvatten als de eigennaam van een personage. Zo’n eigennaam behoudt altijd zijn hoofdletter(s), door wie het personage ook wordt uitgebeeld. Vergelijk: ‘Ik vind Pierre Bokma net zo’n goede Kootje de Beer als Piet Römer was.’ In deze zin behoudt Kootje de Beer (de kroegbaas uit ’t Schaep met de 5 pooten) ook zijn hoofdletters.

De Taalunie – de instantie de de spellingsregels bepaalt – is rechtlijniger. Immers, ook een kleine fout is een fout.

Als Zwarte Piet verwijst naar ‘de knecht van Sinterklaas’, is het een eigennaam. We schrijven Zwarte Piet dan met hoofdletters, net als bijvoorbeeld Sinterklaas.

  • Komt Sinterklaas uit Spanje?
  • Zwarte Piet stond naast hem op het dek te zwaaien.

De naam van Zwarte Piet wordt soms gebruikt om verschillende personen aan te duiden die voor Zwarte Piet spelen. In dat geval schrijven we zwarte pieten met kleine letters. De benaming is dan een soortnaam. Een vergelijkbaar voorbeeld is sinterklazen (‘personen die voor Sinterklaas spelen’).

  • Matilda was verrast toen ze twee sinterklazen zag vechten om een staf.

Over het werkwoord ‘zwartepieten’ zijn de geleerden het eens. Dat schrijf je aaneen. En het voltooid deelwoord is dus ‘gezwartepiet’.

Spelling: de belangrijkste bijzaak op voetbal na.


 

De links:

De Bijbel in Gewone Taal

Onlangs publiceerde het Nederlands Bijbelgenootschap de Bijbel in Gewone Taal. In het blad Onze Taal schrijft Neerlandica Clazien Verheul over de vertaling ervan. Het is alsof je een goede schrijftrainer hoort praten: ‘Een toegankelijke tekst vraagt ook om duidelijke verbanden en verwijzingen, en een logische samenhang. Vaker dan in andere bijbelvertalingen is er in de BGT een helder verband gelegd tussen zinnen met verbindingswoorden als maar, want en daarom.’

Theoloog Wim Jansen betoogde gisteren in Trouw dat de Bijbel een religieus boek is waarin het gaat om dingen die niet te begrijpen zijn. Daar hoort een eigen taalschat bij met woorden zoals ‘scheppen’ en ‘kribbe’. Jansen schrijft: ‘Ik heb Nederlands gegeven aan vmbo-klassen. Die kinderen hadden meer voeling met symbooltaal dan menig kerkganger!’ Met andere woorden: we begrijpen meer dan bijbelvertalers denken.

Ik retweette het bericht enthousiast. Met in mijn onderbuik de emotie: alles moet tegenwoordig simpel en hapklaar en in 140 tekens. Laten we de Bijbel met rust laten. Maar ik schrik nu toch wat van de mogelijke implicaties van het betoog van Jansen. Iedere Bijbelvertaling is een vertaling. Iedere vertaling doet maar gedeeltelijk recht aan het origineel.

Ooit vertaalde men de Bijbel in het Nederlands. We hebben het over halverwege de 16e eeuw. Dat was tegen het zere been van de RK-kerk. Zij betoogde dat de Bijbellezing en de uitleg van de Bijbel voorbehouden was aan meneer pastoor. De protestanten daarentegen beschouwden zichzelf mans genoeg om de Bijbel zelfstandig te lezen. Een vertaling naar het Nederlands zou de Bijbel voor iedereen toegankelijk maken. Van het een kwam het ander.

Na die vertaling kwamen er vele andere. Zou de Bijbel in Gewone Taal niet gewoon de zoveelste vertaling kunnen zijn? Een vertaling voor een nieuwe generatie?

Couchsurfen en bankhangen

Na 5 maanden in het verre Perugona couchsurfde mijn jongste zoon deze week door Mexico. Mijn moeder heb ik al uitgelegd wat dat is. Maar haar zusjes weten dat misschien nog niet. Welnu.

Surfen is je met een plank over de golven van de zee in een moordend tempo vooruit bewegen. Je knalt van de ene golf op de andere en aan die knallen ontleen je voorwaartsgerichte energie. Couchsurfen is net zoiets. Je belt bij mensen aan en vraagt of je op hun bank mag slapen. Niet iedereen is daarvan gediend en dus zijn er tegenwoordig websites waarop je kunt melden dat jouw bank vrij is. De couchsurfer vindt op die websites zijn ideale slaapbank. Nee, dat internet is de dood in de pot voor het échte avontuur.

U begrijpt: het werkwoord ‘couchsurfen’ spreekt tot mijn verbeelding. Is het inderdaad ‘couchsurfde’ of is het ‘ik surfde couch’, ‘ik surfte couch’ of  ‘ik couchsurfte’? Op de onvolprezen lijst van Engelse werkwoorden in het Nederlands van de vereniging Onze Taal (zeg nou niet dat u nog steeds geen lid bent) vind ik het antwoord. Ze zijn weer erg coulant.

Eenmaal daar zie je opeens wat een mooie woorden we er weer bij kregen in het Nederlands. Wat te denken van bloghoppen, crossellen, retrofitten en whatsappen? Echt, als er een avond niets op de tv is, de regen slaat op het dak, de droogmolen sombert verloren en vergeten in het zompende gras en de belastingaangifte is klaar, kortom, als het zomer is in Nederland en u wilt per se lekker knus wat bankhangen, dan zou u best een avondje kunnen stukslaan met uw iPad en die lijst van importwoorden. Dat is ook avontuur.

Ondertussen hoop ik erg dat die jongste zoon van mij niet aan een van die Mexicaanse banken is blijven hangen. Want dan staan wij vanmiddag voor niks met Joris van de NCRV op Schiphol. ‘Hoe voelt dat nu?’

Bijvoeglijk naamwoorden

Frank Jansen schreef onlangs in Onze Taal een spannend artikel over het bijvoeglijk naamwoord. Mogen we dat nu wel gebruiken of toch niet? Veel schrijfwijzen beweren dat we erg, erg zuinig moeten zijn met de bijvoeglijke naamwoorden. Beetje bij beetje krabt Jansen wat van dat advies af. Hoewel? Eigenlijk blijken de attributief gebruikte uitbreidende evaluatieve bijvoeglijk naamwoorden nog hoog te scoren.

“Chocoladebruine parels van glanzend satijn gevuld met donzige slagroom” Attributief gebruikte uitbreidende evaluatieve bijvoeglijke naamwoorden: Albert Heijn is er gek op. De lezer ook.

In ‘De appel is heerlijk’ is ‘heerlijk’ een predicatief gebruikt bijvoeglijk naamwoord. Die schrappen we natuurlijk niet. Dus de attributieve kunnen weg? Nee, nee, zegt Jansen. In: ‘Sneeuwwitje koos de rode appel’ is ‘rode’ belangrijke informatie. Ze had ook de gele kunnen kiezen. In: ‘Sneeuwwitje zette haar tanden in de rode appel’ is ‘rode’ waarschijnlijk veel minder zinvolle informatie. De eerste vorm is beperkend, de tweede uitbreidend. U voelt hem: de beperkende attributieve bijvoeglijk naamwoorden moeten we ook lekker laten staan.

Jansen perkt het advies nog verder in. Er zijn informatieve bijvoeglijk naamwoorden, evaluerende bijvoeglijk naamwoorden en schaalbare bijvoeglijk naamwoorden. Informatieve bijvoeglijk naamwoorden bieden essentiële informatie. Denk aan ‘glazen’ in de zin: ‘De mannen in het glazen huis aten stiekem een broodje.’ Een evaluatief bijvoeglijk naamwoord is bijvoorbeeld ‘indrukwekkend’ of ‘magnifiek’. Ze bevatten een persoonlijk oordeel. De schaalbare bijvoeglijk naamwoorden drukken geen vaste eigenschap uit maar ook geen persoonlijke waardering. Ze drukken de afstand tot de norm uit. In het zinnetje: ‘Vanaf de hoge wierde van Leermens heeft u uitzicht over het Groninger land’ is ‘hoge’ een schaalbaar bijvoeglijk naamwoord. Immers: wat is hier hoog? De evaluatieve en de schaalbare attributieve bijvoeglijk naamwoorden kunt u vaak wel schrappen.

Maar dan neemt het artikel een verrassende wending: Jansen introduceert de lezer. U weet wel. U. Pander Maat, een collega van Jansen, liet lezers twee reisgidsen lezen. Een reisgids waarin hij woorden als ‘adembenemend’ en ‘schitterend’ achterwege liet en een reisgids waarin hij de schaalbare of evaluerende attributieve bijvoeglijk naamwoorden wél gebruikte. Wat blijkt? Die malle lezer waardeert die evaluerende bijvoeglijk naamwoorden eigenlijk wel. Hij krijgt zin in in vakantie.

Het hele artikel vindt u in Onze taal, november 2012. U bent ongetwijfeld lid van Onze Taal. Niet? Klik hier

%d bloggers liken dit: