Waar ging het mis tussen ons?

Een beetje medelijden had ik wel. Ze hadden op stadhuis lucifers getrokken. Hij was de sjaak. Hij moest de gemeente vertegenwoordigen in deze bezwaarprocedure. Ze hebben er ongetwijfeld trainingen voor. Hummen, beetje met het hoofd schudden, een aantekening maken zo nu en dan. Hij deed het. Maar hij moest ons teleurstellen bleek na zo’n 20 minuten. Onze bezwaren tegen het hupsakee opheffen van zo’n 60 parkeerplekken, daar kon hij niets mee. Hij was verkeerskundige en hij ging niet over het parkeerbeleid. Dus al die alternatieven en oplossingen en suggesties die 9 weldenkende burgers aandroegen, jammer. Trouwens, zo deelde hij mee, die parkeerplekken, daar had de buurt al inspraak over gehad, 3 jaar geleden.

Hé, opmerkelijk. Er waren 9 bezwaarmakers en geen van hen herinnerde zich iets van een dergelijke procedure. Een parkeerplek hier is best een dingetje namelijk. En als de gemeente er 60 wil schrappen in je directe omgeving en je daarover de mond gunt, dan wéét je dat. Waarschijnlijk heeft het een tijdje op een website gestaan en konden ze in de procedure de vakjes ‘inspraak’ en ‘participatie’ en ‘bewonerscommunicatie’ aanvinken.

Maar de ambtenaar wist het goed gemaakt. Hij wilde het besluit best nog eens toelichten. En desnoods nóg eens. Maar die parkeerplekken gaan weg en die kade wordt voetgangersgebied hoewel hij ook wel begreep dat er maar weinig mensen daar gaan lopen: te hobbelig en op veel plekken te smal, en misschien ook omdat er lichtelementen in de weg staan en bomen en omdat die enorme bussen er pal langs rijden. Wat een baan, zag ik hem denken. Maar ondertussen, ik heb me nog nooit zo rechts gevoeld. Bah.

Wat is nu eigenlijk mijn punt? Het opheffen van die parkeerplekken? Nee. Diep in mijn groenlinkse hartje vind ik dat geen gekke zet. Ja, het is automobilistje pesten maar het dient een doel. Minder blik in Stad. Nee, mijn ergernis betreft de tweespalt tussen de burger en de overheid. We waren er allemaal bij. Dat het onderlinge vertrouwen zo gering is dat het de overheid niet meer gaat om te profiteren van de inzichten van degenen voor wie ze werkt maar om het correct bewandelen van de procedures. Zodat ze niet nat gaat.

Waar ging het mis tussen ons? En vooral, kunnen we het nog goedmaken?

Gruwelijke post van de overheid

De nrc.next doet gewag van een boek over post. Gruwelijke post. Van de overheid. Aan u, aan mij, en aan mevrouw De Vries. Mevrouw De Vries is 87 en hulpbehoevend. Ze krijgt veel post van ambtenaren. Aan die brieven mankeert van alles, vindt de schrijver, Stephan Steinmetz. Steinmetz was de buurman van mevrouw De Vries. Hij hielp haar met het vertalen ervan. Hij hielp haar met het interpreteren ervan. Zijn conclusie: ze zijn te ingewikkeld, ze zijn overbodig, ze zijn met te veel. Over dat laatste kunnen we kort zijn. Het zijn er in elk geval erg veel: 2000 in 8 jaar. Bijna elke werkdag kreeg mevrouw De Vries een brief.

Nou is mevrouw De Vries geen gewoon geval. Ze is erg ziek en doet daardoor een groot beroep op de gezondheidszorg. Ze is invalide en doet daardoor een groot beroep op de WMO. Ze is ook gewoon oud en de wereld gaat een tikje te snel voor haar. Niet gek dat haar buurman haar af en toe even helpt met de post.

Ik heb een zeker belang in mevrouw De Vries. Ik train de ambtenaren die haar die brieven schrijven. En wat ik zo lees, is lang niet altijd erg verkeerd. Ik krijg de indruk dat sommige van die ambtenaren zelfs best goed hebben opgelet. Nee, het probleem is volgens mij niet een schrijfkundig probleem. Het probleem bent u. En ik. En Stephan Steinmetz. En mevrouw De Vries. We noemen dat wel: de samenleving.

de brievenbus van mevrouw de vriesAls ik mijn ambtenaren leer dat ze geen brief moeten schrijven maar gewoon even moeten bellen, zijn ze dat met me eens. Maar of ze willen of niet, die brief moet. Van de wet. En die wet moet omdat u zodra u zich ook maar enigszins misdeeld voelt door de overheid bezwaar aantekent. Trouwens, dat doet u ook als u zich niet misdeeld voelt. Nou. U natuurlijk niet maar uw buurman of buurvrouw. U weet wel, die lui van tegenover. De mondige burger is geëvolueerd tot een klagerige, sacherijnige aso die coûte que coûte zijn eigen gang wil gaan en tegelijkertijd in alles door de overheid geholpen wil worden. En als er ook maar één stap in het proces niet volgens de regels is verlopen, hangt die overheid. Want de zoon van mevrouw De Vries kent haar rechten.

Ik bedoel: we hebben het er vooral zelf naar gemaakt. Boontje komt op zijn loontje.

Voor eigen risico

Zwembad De Kalckwijk
De Kalckwijk toen alles nog risicovrij was

‘Zwemmen in De Kalkwijck in Hoogezand is voor eigen risico. Dat meldt de gemeente Hoogezand-Sappemeer nadat recent onderzoek heeft uitgewezen dat de ophanging van luchtverversingskanalen, verlichting en luidsprekers kan afbreken. De ophanging moet spoedig worden vervangen.’ Het is een bericht uit de Groninger Internet Courant.

Het bericht zet me aan het denken. Het feit dat de gemeente Hoogezand-Sappemeer dit nu meldt, betekent dat het vroeger kennelijk niet voor eigen risico was. Toen namen we kennelijk een frisse duik voor risico van de overheid. En de overheid, dat bent u, dat ben ik, dat zijn we allemaal. We noemen dat wel ‘de samenleving’. Ik begrijp dat het prettig zwemt op andermans risico maar als burger word ik er wat zenuwachtig van. Want wat gebeurt er nog meer op ons risico? Een luidsprekerbox op je teen krijgen in het zwembad is nog het minste.

Architect Abel Herzberger, u weet wel: de ontwerper van het prachtige en sfeervolle muziekcentrum Vredeburg in Utrecht, fulmineerde (wanneer hebt u dat woord voor het laatst gebruikt?) donderdag  tegen de neiging om alles veilig te maken. Dat herken ik. Ik was tot zo’n 7 jaar geleden betrokken bij de speeltuin in Leermens. Ik herinner me dat de gemeente het liefst die speeltuin zou sluiten om zo het risico voor de samenleving maximaal te beperken. Ik verdenk de gemeente Loppersum ervan dat ze het allerliefst de openbare ruimte zou sluiten om ieder risico voor de samenleving uit te sluiten.

Daarom stel ik voor in alle huizen bij alle buitendeuren een bordje op te hangen. Wie de deur open doet, ziet: ‘Pas op. Buitenwereld. Betreden voor eigen risico.’