Duurzaam schrijven

Oorspronkelijk gepubliceerd op 22 november 2011.

Het is alweer een week of drie geleden dat ik onder de Martinitoren stond te wachten tot de Martinikerk haar deuren opende. Ik stond er niet alleen. We stonden met zo’n duizend mensen in de rij voor de Van der Leeuw-lezing van Joshua Foer en Robbert Dijkgraaf. De zon scheen. Het Klokkenluiders Gilde luidde de klokken. Horen en zien verging je maar het was een prachtig spektakel dat me nog lang zal heugen.

Foer schreef het boek ‘Het geheugenpaleis’. Hij beschrijft daarin hoe hij zich in een jaar tijd ontwikkelde tot Amerikaans geheugenkampioen. Het principe van het geheugenpaleis is erg oud. Het komt erop neer dat je voor dingen die je wilt onthouden een plek in je hoofd inricht waar je ze kunt neerzetten. We zijn nu eenmaal veel beter in het ruimtelijk denken dan in het conceptuele denken. Wie dus 10 dingen moet onthouden, kiest een plek die hij goed kent. Het ouderlijk huis bijvoorbeeld. Bij de kapstok positioneer je het eerste item, bij de deur naar de kamer het tweede item en voor de televisie het derde item. En je geeft die items ook nog een wat vreemde twist zodat ze extra goed in je hoofd blijven plakken. Wie dat lijstje vervolgens weer moet ophoesten, gaat virtueel dat geheugenpaleis weer langs. De kapstok, de deur naar de woonkamer, de televisie…

Dit concept is al beschreven in geschriften van voor de jaartelling. Niet zo vreemd, want het moet al veel langer hebben bestaan. Immers: toen het schrift nog niet bedacht was, moesten mensen kennis mondeling aan elkaar doorgeven. Dan komt zo’n geheugenpaleis wel van pas. Als wij de frases ‘op de eerste plaats’  en ‘op de tweede plaats’ gebruiken, putten we   rechtstreeks uit die traditie van geheugenkunst.

Als tekstschrijver kun je je best doen om zo wervend mogelijk te schrijven of zo bondig mogelijk of zo levendig mogelijk. Hoe kun je onthoudbaar schrijven? Hoe kun je duurzaam schrijven? De gebroeders Heath doen in ‘De Plakfactor’ een paar leuke aanbevelingen. Maak het onverwacht, maak het concreet en geloofwaardig en giet het geheel in een verhaal. En nu ik Foer las denk ik: ja dat sluit er prachtig op aan. En misschien is het ook nog mogelijk om je lezer er wat plekken bij te bieden waar hij zijn nieuwe kennis netjes kan neerzetten. Als je er dan de klokken van de Martinitoren nog overheen laat luiden, kunnen saaie leerteksten plots nog heel aangename lectuur worden.

Duurzaam schrijven

Het is alweer een week of drie geleden dat ik onder de Martinitoren stond te wachten tot de Martinikerk haar deuren opende. Ik stond er niet alleen. We stonden met zo’n duizend mensen in de rij voor de Van der Leeuw-lezing van Joshua Foer en Robbert Dijkgraaf. De zon scheen. Het Klokkenluiders Gilde luidde de klokken. Horen en zien verging je maar het was een prachtig spektakel dat me nog lang zal heugen.

Foer schreef het boek ‘Het geheugenpaleis’. Hij beschrijft daarin hoe hij zich in een jaar tijd ontwikkelde tot Amerikaans geheugenkampioen. Het principe van het geheugenpaleis is erg oud. Het komt erop neer dat je voor dingen die je wilt onthouden een plek in je hoofd inricht waar je ze kunt neerzetten. We zijn nu eenmaal veel beter in het ruimtelijk denken dan in het conceptuele denken. Wie dus 10 dingen moet onthouden, kiest een plek die hij goed kent. Het ouderlijk huis bijvoorbeeld. Bij de kapstok positioneer je het eerste item, bij de deur naar de kamer het tweede item en voor de televisie het derde item. En je geeft die items ook nog een wat vreemde twist zodat ze extra goed in je hoofd blijven plakken. Wie dat lijstje vervolgens weer moet ophoesten, gaat virtueel dat geheugenpaleis weer langs. De kapstok, de deur naar de woonkamer, de televisie…

Dit concept is al beschreven in geschriften van voor de jaartelling. Niet zo vreemd, want het moet al veel langer hebben bestaan. Immers: toen het schrift nog niet bedacht was, moesten mensen kennis mondeling aan elkaar doorgeven. Dan komt zo’n geheugenpaleis wel van pas. Als wij de frases ‘op de eerste plaats’  en ‘op de tweede plaats’ gebruiken, putten we   rechtstreeks uit die traditie van geheugenkunst.

Als tekstschrijver kun je je best doen om zo wervend mogelijk te schrijven of zo bondig mogelijk of zo levendig mogelijk. Hoe kun je onthoudbaar schrijven? Hoe kun je duurzaam schrijven? De gebroeders Heath doen in ‘De Plakfactor’ een paar leuke aanbevelingen. Maak het onverwacht, maak het concreet en geloofwaardig en giet het geheel in een verhaal. En nu ik Foer las denk ik: ja dat sluit er prachtig op aan. En misschien is het ook nog mogelijk om je lezer er wat plekken bij te bieden waar hij zijn nieuwe kennis netjes kan neerzetten. Als je er dan de klokken van de Martinitoren nog overheen laat luiden, kunnen saaie leerteksten plots nog heel aangename lectuur worden.

De vloek van de kennis

Wie een zakelijke tekst schrijft, doet dat op basis van kennis. Jij weet ergens veel van af en op basis van die kennis schrijf je je tekst. Die kennis is echter ook een enorme valkuil. Want we zijn nu eenmaal allemaal opscheppers. Als we ergens veel van weten, dan willen we dat laten zien. Als we ergens veel van weten, begrijpen we niet dat lezers zonder die voorkennis ons verhaal niet kunnen volgen. Technici hebben er vaak last van.

Vanmiddag verzorg ik de terugkommiddag van een training  Schriftelijke communicatie. Mijn cursisten zijn ziekenhuishygiënisten in opleiding. Niet alleen technici, ook mensen in opleiding gaan gebukt onder de vloek van de kennis. Je hebt zo lang gestudeerd, je hebt zulke dikke boeken doorgeploeterd …  je lezer moet weten wat jij weet. Een brief aan een ex-patiënt die getest moet worden op een ziekenhuisinfectie begint bijvoorbeeld als volgt: ‘U bent onlangs opgenomen geweest in ziekenhuis XXX te XXX. In dit ziekenhuis is de MRSA-bacterie (Meticilline Resistente Staphylococcus aureus) aangetroffen.’ Die afkorting hoef je niet uit te schrijven. Zeker niet in de openingszin.

Cor Speksnijder schrijft voor de Volkskrant. Hij schreef een kort profiel van Mahmoed Jebril, econoom en hervormer. Ik moet u eerlijk bekennen: ik had nog nooit van Mahmoed gehoord. Speksnijder wel. En daarom schrijft hij dit profiel en niet ik. Maar Speksnijder weet nog zoveel meer. Die kennis zit hem in de weg. Hij schrijft in de tweede kolom: ‘In Libië is Jebril minder bekend dan Mustafe Abdel Jalil, die aan het hoofd staat van de Nationale Raad van de rebellen.’ En vervolgens vertelt Speksnijder over Jalil.

Niet doen. Ik hoef niet te weten wat jij weet. Ik wil weten wat ik moet weten om je boodschap te begrijpen. Lees met die bril nog eens je teksten door. En schrap alles wat misschien erg knap is maar ook erg hinderlijk. Zet dat ego opzij.

En wat doe je dan met al die overbodige kennis? Misschien kun je een weblog starten?

Profiel Mahmoed Jabril de Volkskrant 25 maart 2011
Profiel Mahmoed Jabril de Volkskrant 25 maart 2011

Het begrip ‘De vloek van kennis’ komt uit ‘De Plakfactor’ van de gebroeders Heath.

De plakfactor

De 5 best gelezen berichten op NU.nl anno 10 januari 2011:

  1. 10-jarig meisje overleeft vliegtuigongeluk
  2. Amerikaans Congreslid neergeschoten
  3. Journalist gecastreerd en gedood in hotel VS
  4. Tientallen doden door vliegtuigcrash in Iran
  5. Politie Mexico vindt vijftien onthoofde lichamen

Diezelfde dag, een paar uur later:

  1. 10-jarig meisje overleeft vliegtuigongeluk
  2. Getuige parachutemoord stort zelf neer
  3. Amerikaans Congreslid neergeschoten
  4. Journalist gecastreerd en gedood in hotel VS
  5. Tientallen doden door vliegtuigcrash in Iran

Dit is het. Dit zijn we. U en ik. Dit is wat ons interesseert. Krankzinnige toevalligheden en gruwelijke gebeurtenissen. Met de hand op m’n hart: ik persoonlijk heb geen van deze links aangeklikt. Maar ondertussen bekijk ik (en velen met mij) de naarste moorden op de BBC en geniet ervan.

De gebroeders Dan en Chip Heath schreven een erg Amerikaans maar ook erg aardig boek: De plakfactor. Het is van 2007 maar ik vond het interessant. Ze laten daarin zien hoe je ervoor kunt zorgen dat je idee echt over het voetlicht komt en dat het daar blijft plakken. En eigenlijk is dat heel simpel. Zorg voor een eenvoudig, onverwacht maar geloofwaardig verhaal dat je met gevoel vertelt. Hoe mensen van een nier worden beroofd, bijvoorbeeld. Of hoe een tienjarig meisje een vliegtuigongeluk overleeft.

Wilt u een moeilijke regeling uitleggen? Begin met een verhaal over een situatie waar uw regeling voor bedoeld is. Maak het eenvoudig, onverwacht en geloofwaardig. Vertel het met gevoel. U zult zien: uw regeling is niet meer uit de hoofden van uw publiek weg te slaan. Hoewel, ik zag net nog een aflevering van Silent witness…

Daadwerkelijk letterlijk aan het werk

Soms hoor je een zegswijze of een woord waarvan je pas achteraf de ware kleefkracht ontdekt. Ik had dat met ‘daadwerkelijk’. Ik gebruikte het te pas en te onpas. Er gaat iets krachtigs vanuit, iets robuusts. Nog zo’n woord met een hoge plakfactor: ‘robuust’.

Gisteren hoorde ik in de uitzending van Pauw en Witteman iemand zeggen dat een werkgroep “letterlijk aan het werk gezet” wordt. ‘Letterlijk’. Ik geloof dat het staatssecretaris, sorry, minister De Jager was. Maar het kan ook de nieuwe baas van de KNVB zijn geweest. Wat stellen we ons daarbij voor?  Een groep mannen in pak, ze komen een duur conferentiecentrum binnen, lopen naar de vergaderzaal en leggen hun iPhones op tafel. Net als ze zichzelf een kopje koffie willen inschenken, komt onze staatssecr … sorry minister binnen en roept: “Ho, ho, heren. Waar denken wij mee bezig te zijn?” Hij duwt ieder een schoffel in de hand en stuurt ze de straat op. Letterlijk aan het werk. Dat schiet tenminste op.

Ondertussen duikt in de Volkskrant het dubbeledipspook op en moeten flexwerkers weer aan de slag. Waarom? Omdat ze wonderen verrichten voor de economie. Dankzij de zzp’ers konden bedrijven “relatief makkelijk meeademen met de conjunctuur”. We gaan dus maar letterlijk aan de slag: adem in, adem uit, adem …

Bij de Volkskrant krijgen ze er duidelijk plezier in
%d bloggers liken dit: