Het Academieplein

Een van de leukste plekken van Groningen is het Academieplein. De fietsen, de drukte, al die talen, het geroezemoes dat je van alle kanten omgeeft. Het is de bonte mêlee van studerende studenten, afstuderende studenten, trotse ouders, zzp’ers die een leuke universiteitsopdracht komen halen, stadjers, burgers, buitenlanders, hoogleraren in vol ornaat of gewoon in korte broek, studenten die in de UB studeren maar nu even niet, promotiebezoekers, promovendi in spe, zonhaters, zonaanbidders, gewone medewerkers niet te vergeten. Zo veel mensen met zo veel verschillende herkomsten, en met zo veel verschillende bestemmingen.

Ik was er laatst even en maakte deze foto. Ik was al op weg naar huis toen ik drie Duitse toeristen verbouwereerd rond zag kijken. Ja, ze hadden gelijk. Dit plein is geen gewoon pleintje. Hier loopt de hele wereld op een paar vierkante meter. De rest is voor de fietsen. En dat verbaasde onze oosterburen nog het meest.

Eergisteren at ik samen met 2 andere bestuursleden van de bekende Groninger klaverjasvereniging ‘Ons genoegen’. Eén van hen was met de fiets. Na afloop was hij even stil. ‘Waar heb ik nou mijn fiets gezet?’ Ik vertrok. Ik was lopend.

Dat het plein er ook anders bij kan liggen bewijst wellicht de foto hieronder. Die maakte ik de zondag na Koningsdag. Keurig opgeruimd. Oersaai.

IMG_4743

Broerstraat 5

Broerstraat 5 viel laatst weer op de mat. Broerstraat 5 is het alumniblad van de Rijksuniversiteit Groningen. Het ziet er altijd gelikt uit en er staan leuke artikelen in. Ik moet daar wel eerlijk bijschrijven dat ik ze niet allemaal lees. Als u wilt dat ik nóg eerlijker ben … maar dat wilt u niet.

Broerstraat 5 was enige tijd het lijfblad van mijn vader. Mijn vader was verzot op kennis. En verzot op gratis. En hij was bovendien een door en door eerlijke, gereformeerde man. Op een van zijn vele zwerftochten over het internet (hij sprak het uit met een hoofdletter maar zo schrijven we het niet) kwam hij een artikel uit Broerstraat 5 tegen. ‘Interessant, heel interessant.’ deelde hij me mee. Waarop ik hem erop attendeerde dat hij hups zomaar en voor niks een abonnement kon krijgen. Een paar klikjes en je hebt het ieder kwartaal in de bus. Hij protesteerde: ‘Maar ik ben geen alumnus.’ Ik pareerde: ‘Daar letten ze heus niet op.’

Broerstraat 5, de eerste keer dat het bij mijn vader op de mat viel, was hij de koning te rijk. Zomaar, zo’n prachtblad! Ik geloof dat hij nog het meest genoot van het ietwat illegale van zijn abonnement. En nu ligt hier Broerstraat 5. En bij m’n moeder dus ook. We gaan het lezen. Van a tot z. Alleen die titel…

Broerstraat 5.