Fracken

Ooit sprak ik op een feestje een NAM-medewerker. Hij vond het niet zo gek wat de NAM doet: ‘We moeten zo’n locatie nou eenmaal zo snel mogelijk leeg trekken.’ Ik verbaasde me over de formulering ‘leeg trekken’. Dus zo praat men bij de NAM over onze ondergrond.

Nu begrijp ik dat de NAM bij Saaksum, een kilometer of 12 ten Noordwesten van de stad Groningen, gaat fracken. Van fracken weet ik het fijne niet. Wat ik wel weet is dat we eigenlijk geen van allen het fijne van fracken weten. Wat doet die techniek op de lange duur met de bodem?

Toch vindt de NAM fracken zo gek niet. Bovendien: het is gewoon nodig. Ze leggen het zuchtend nog één keer uit:

Gas bevindt zich in de poriën van een zandsteenlaag, op zo’n drie kilometer diepte. De toestroom van gas hangt af van de doorlatendheid van gesteente. Het gesteente van waaruit de betreffende put produceert is niet poreus genoeg. Hierdoor stroomt het gas maar moeizaam naar de boorput. De werkzaamheden moeten ervoor zorgen dat de doorlatendheid van het gesteente wordt vergroot en daarmee de gaswinning verbeterd. Hiervoor wordt de frack-techniek gebruikt. Deze techniek wordt al sinds de jaren ’50 regelmatig en succesvol door NAM toegepast in Nederland.

Over de techniek:

Bij fracken wordt vloeistof onder hoge druk via de boorput in het gasveld gebracht. Door de hoge druk ontstaan op gecontroleerde wijze plaatselijk kleine scheuren in het gashoudende gesteente, in het geval van Saaksum op ruim drie kilometer diepte. De vloeistof bestaat uit water (90%), chemicaliën (2%) en kleine keramiek korrels (8%). De korrels blijven als opvulmiddel in het gesteente achter. Zij houden de gecreëerde scheuren open zodat het gas gemakkelijker naar de boorput kan stromen. Meer dan de helft van de vloeistof wordt weer teruggewonnen, de rest blijft achter in het gashoudende gesteente en kan daaruit niet vrijkomen.

(Zie de site van de NAM. De onderstrepingen zijn van mijn hand.)

Laat dit even tot u doordringen. Dit zegt de NAM: ‘Die Groningse bodem is niet poreus genoeg om ook dat laatste restje gas eruit te trekken en dus moeten we de doorlatendheid verbeteren en dat deden we al ruim 50 jaar met succes.’

Het woord ‘succes’ klinkt wat wrang (ik kan hier alleen maar in understatements over schrijven) uit de mond van het bedrijf dat hier willens en wetens zo verschrikkelijk veel heeft kapot gemaakt. En de stelligheid waarmee beweerd wordt dat de rest van de vloeistof (we hebben het niet over 5 liter water met 2% chemicaliën) niet kan vrijkomen, vind ik haast aanmatigend voor een bedrijf dat 30 jaar lang geen idee had wat al dat pompen op 3 kilometer diepte doet met onze kerken, onze molens, onze huizen, ons land.

De arrogantie van zo’n bedrijf is onvoorstelbaar. Echt, de Groningse bodem is voor de NAM niets anders dan een stukje grond waar ze een klein beetje geld in pompen om het vervolgens zo snel mogelijk leeg te trekken.

%d bloggers liken dit: