Niet geschikt voor jeugdige lezers

Voor een middelbare school schreef ik de jongerenversie van het schoolplan. Dat is voor een tekstschrijver een leuke opdracht. Want schrijf maar eens over collegiale intervisie of de functiemix  en beloningsbeleid in zodanige bewoordingen dat ook onze jeugdige lezertjes dat begrijpen. Gisteren testten we bij een groepje leerlingen of dat gelukt is. Het goede nieuws is: ja, dat is wel zo’n beetje gelukt.

Ons testpanel bestond uit vier leerlingen van een jaar of 14, 15.  Ik geef toe: uit onderzoekstechnisch oogpunt hadden dat er meer moeten zijn. Maar wat wil je? Het is toetsweek. En deze vier leerlingen hadden zich voorbeeldig van hun taak gekweten. Ze hadden de tekst vooraf aandachtig doorgelezen. En ze waren tevreden. Ze begrepen de tekst goed tot zeer goed en ze konden er met kennis van zaken over praten. Het had hun gemiddeld 25 minuten gekost om de tekst  van tien pagina’s te lezen. En ze waren bovendien zo eerlijk om toe te geven dat ze de tekst uit eigener beweging niet ter hand zouden nemen.

En er is nog beter nieuws.

Deze jeugdige lezertjes zijn groter dan ik dacht. Ze kunnen ook tussen de regels lezen. Feilloos pikten ze er een passage uit waar iets stond over een score die de school in een komende peiling met 25 % wil verbeteren. ‘Er staat niet hoe hoog de score nu is.’ merkte een van de deelneemsters fijntjes op. Een collega van haar ging daar even op door: ‘Want als je mikt op een verbetering van 25 % dan moet het nu wel slecht zijn.’ Au.

Mijn conclusie: het heeft geen zin om dit soort gegevens in versluierende beleidstaal te verpakken. Deze scholieren kijken daar doorheen. Niet geschikt voor jeugdige lezers? Dat maken ze zelf wel uit.