Pak ze beet

Of ik een training kan geven in het schrijven van nota’s die bestemd zijn voor het hoger management. Ik zei ‘ja’. Allicht. Ik lees Tekstblad en daar staat dat allemaal in. Neem de Tekstblad die gisteren in de bus glipte. Ik citeer een interview met collega’s Annet Huizing en Marc ter Horst, ervaren tekstschrijvers. Wat gaat er vaak mis in een tekst vraagt de interviewer aan Annet:

‘Vaak is het euvel dat een tekst veel te afstandelijk is geschreven. Dat de schrijver geen contact maakt met de lezers.’ ‘Ja precies’, reageert Marc. ‘Pak ze meteen beet, bij de eerste zin, bij elk hoofdstuk.’

Het gaat hier, schrijf ik er volledigheidshalve bij, over het schrijven van informatieve kinderboeken. Zou dat echt zo’n verschil maken? Nee. Of je een informatief boek schrijft voor kinderen of een folder over MRSA voor een patiënt of een artikel voor collega’s of een beleidsnotitie voor de directie, wat telt is de mate waarin je je inleeft in de wereld van je lezer.

Daarmee ben ik terug bij een stokpaardje: bedenk niet wat jij wilt vertellen maar bedenk wat je lezer boeit, raakt, boos maakt, prikkelt, emotioneert, enthousiasmeert. Bedenk: wat wil hij of zij weten? En ja, dan is er verschil tussen een tekst voor kinderen, voor een zieke patiënt of een directeur. Een directie is geïnteresseerd in draagvlak bij alle geledingen van het bedrijf, exposure, meerwaarde, de krant, de klant. En soms – maar lang niet altijd – in geld.

Waar heb je het niet over? Je hebt het niet over onzekerheden. Wel over hoe je onzekerheden uitbant. Je hebt het niet over de techniek (tenzij je voor een technisch bedrijf aan de slag bent). Wel over wat die techniek doet.

Directeuren, het zijn net mensen.

Ze moeten het snappen

In de theepauze kwam Margreet bij me. ‘Je hebt mijn hele manier van denken overhoop gehaald.’ Er klonk iets van een verwijt in door en ongerustheid maar ook wel verrassing. We hadden het gehad over de folders die deskundigen infectiepreventie aan patiënten geven die geïsoleerd moeten worden.

In hun folders voor deze patiënten hebben mijn deskundigen-in-opleiding de neiging hen het eens even haarfijn uit te leggen. Dat gaat gepaard met lange zinnen en veel moeilijke woorden. Waarom? vraag ik hen.

Eigenlijk krijg ik maar één antwoord: ‘Ze moeten het snappen. Deze folder is bedoeld als extra informatie. De verpleegkundige kan het dan nog eens uitleggen.’

Oké. Ik vraag voormalig verpleegkundige Annie hoe zij aan een patiënt zou uitleggen dat hij geïsoleerd verpleegd en behandeld moet worden.  Annie aarzelt geen moment: ‘U bent besmet met een bacterie. We moeten voorkomen dat u daarmee anderen besmet. Daarom moeten we u apart verplegen en behandelen.’

‘Precies,’ zeg ik en laat de prachtige dia zien die collega Anneke Nunn maakte. Ze klapperen met de oren. Ze lachen. Ze snappen het. Dus toch. ‘Tijd voor een kopje thee?’

Als_Tom-Tom-berichten_2_Anneke_Nunn
Benieuwd wat een jurist zou schrijven? Of een gemeente? Bekijk het op http://www.lettersenlinks.nl, de blog van Tekstnet-collega Anneke Nunn.

De zin van mijn bestaan

Toen ik de hoorn had neergelegd zag ik wat ik gedaan had: de oerdegelijke nietmachine, nog afkomstig uit het voormalige hoofdpostkantoor van de PTT aan de Damstraat in Amsterdam, een machine die sinds eind jaren 60 uitstekend functioneerde, lag uit elkaar. Ik had volkomen gedachteloos met een klein schroevedraaiertje de kop eraf geschroefd en vervolgens een klein metalen friemeltje eruit gehaald en twee metalen schuifjes losgehaald waardoor de machine nu niet meer functioneert en ik vanmorgen met 20 losse vellen in de trein zit.

Dat is een beetje het verhaal van mijn leven: ik deed het en ik dacht er niet bij na.

Ik ga vandaag overleggen over een schrijftraining voor een grote organisatie. Mij werd gevraagd om daarvoor een offerte te maken. De beoogde opdrachtgever vroeg of ik in de offerte ook wil aangeven waarom ik die trainingen wil geven. Ik ben tekstschrijver en schrijftrainer. Die vraag is dus in feite de vraag naar de zin van mijn bestaan.

Waarom wil je een grote organisatie beter leren schrijven? Misschien is het wel dit: ik wil graag dat mensen in hun communicatie elkaar de aandacht geven die ze verdienen. In schriftelijke communicatie betekent dat: bedenk wat je wilt met je tekst, verplaats je in de lezer, denk en schrijf vanuit de lezer, wees duidelijk en stel je kwetsbaar op, help de lezer door voldoende leesaanwijzingen, help de lezer door een logische opbouw, kortom: besteed aandacht aan je tekst.

Waarom wil ik mensen beter leren schrijven? Misschien is het wel dit: ik wil graag dat ze erbij nadenken.

Doe wat je wilt, gezeurd wordt er toch

In het portiek van onze Amsterdamse stadsvilla in Geuzenveld hadden oom Frans en tante Joke op een dag een tegeltje opgehangen. Er stond op: ‘Doe wat je wilt, gezeurd wordt er toch’. Ik vond het een mysterieuze tekst. Vooral om het effect dat de tegel had op mijn moeder. Voor u denkt dat het hier een familieruzie betreft, in Amsterdamse portieken heette begin jaren 60 iedere volwassene oom of tante.

Oom Frans en tante Joke hadden geen kinderen. Ze waren de baas van het portiek, geloof ik. Dat gaf waarschijnlijk enkele verplichtingen maar in elk geval veel rechten. Ik vraag me bijvoorbeeld af of wíj zomaar een tegel aan de muur hadden mogen slaan. Maar goed – die tegel was natuurlijk een schreeuw om liefde van een verongelijkt ouder Amsterdams echtpaar zonder kinderen in een gloednieuwe nieuwbouwwijk vol starters.

Links ziet u de entree van de portiek waar tante Joke en oom Frans de scepter zwaaiden.

Hoe kom ik hier zo op? Ik verzorg nogal wat trainingen de laatste weken. In mijn geval is dat een arbeidsintensief traject want ik begin altijd met het doorspitten van teksten die deelnemers mij vooraf sturen. En tja, ik ben een frik. Als ik <control O> doe op mijn computer ontstaat er in de marge van de tekst een mooi vakje waarin ik commentaar kan geven op de voorliggende tekst. Deze dagen ben ik druk bezig met een training voor een adviesbureau. Het is de vierde keer dat ik “hen heb”. Ieder jaar doen we één dag. Het mooie van dat arrangement is: ieder jaar zie ik de kwaliteit van hun rapporten stijgen. Maar ik kan het niet laten, ik open een tekst en hup, ik doe <control O> want er is altijd wel een complimentje te geven en altijd wel wat te verbeteren.

En mijn arme cursisten? Het kan niet anders, dat zijn masochisten. Maar zelfs dan moeten ze inmiddels toch een zucht slaken: Doe wat je wilt ….