Zoveel woorden

Het Sint Maartenfeest in Groningen. De kinderen gaan met lampionnen de deuren langs en zingen o.a. Mien lutje lanteern.

Het is Sint Maarten, bedenk ik op de boot … we redden het niet. Sorry.

Lang geleden zong mijn oudste zoon, toen nog een ukkie van een jaar of 4, voor mijn moeder door de telefoon het Groningse Sint Maarten-lied. Een hoog stemmetje, in zuiver Gronings.

Mien lutje lanteern
Ik zai die zo geern
Doe daanst deur de stroaten
Dat kinst ja nait loaten
Vandoag mout ik lopen
Mien laidje verkopen
Mien lutje lanteern
Ik zai die zo geern

Mijn vader kwam binnen toen hij net klaar was. ‘Ach,’ zei mijn moeder, ‘wil je het nóg een keer zingen voor opa?’ Het knulletje zuchtte diep. Hij was moe.

‘Maar oma, het zijn zoveel woorden.’ Alles wat restte was het verhaal dat we elkaar ieder jaar weer vertelden.

Weten hoe dat klinkt, Mien Lutje Lanteern? Let ook even op de aftiteling.

Zoveel woorden

Schoolklas zingt Mien Lutje LanteernHet is de ochtend na het feest. 11 kinderen konden wij fêteren. Nu is het weer rustig. Door de kale takken van de walnoot zie ik een groep trekvogels in een slordige V-formatie naar het zuiden vliegen. Als ik ze nakijk zie ik door de bijna kale takken van de beuken rond de kerk twee minuscule roze wolkjes. Ze zijn niet roze – zo mooi is het hier nu ook weer niet – ze worden roze beschenen door de opkomende zon.

Jawel. Het is een stralende dag in Leermens.

Ik zou vanochtend mijn vader en moeder hebben gebeld om te vertellen over Sint Maarten. Lang geleden zong mijn oudste zoon, toen nog een ukkie van een jaar of 4, voor mijn moeder door de telefoon het Groningse Sint Maarten-lied. Een hoog stemmetje, in zuiver Gronings.

Mien lutje lanteern
Ik zai die zo geern
Doe daanst deur de stroaten
Dat kinst ja nait loaten
Vandoag mout ik lopen
Mien laidje verkopen
Mien lutje lanteern
Ik zai die zo geern

Mijn vader kwam binnen toen hij net klaar was. ‘Ach,’ zei mijn moeder, ‘wil je het nóg een keer zingen voor opa?’ Het knulletje zuchtte diep. Hij was moe. ‘Maar oma, het zijn zoveel woorden.’ Alles wat restte was het verhaal dat we elkaar ieder jaar weer vertelden.

Ik zou verteld hebben over Patricia, de dochter van onze oppas. Ooit liep zij met onze jongens langs de deuren toen wij nog werkten. Nu kwam ze met haar eigen man en kinderen.

Weemoed, is dat een emotie, een gemoedstoestand, een state of mind, een levenshouding? En is het schadelijk voor de gezondheid?

Weten hoe dat klinkt, Mien Lutje Lanteern?

Het belang van feiten

De feiten spreken voor zich. In 2009 kwam er geen enkel kind wegens Sint Maarten met een lantaarn voor onze deur zingen. In 2010 waren het er 3. In 2011 waren het er 9. U ziet: Leermens groeit als kool. Als we nu niet snel extra zwembaden aanleggen en de scholen uitbreiden zijn we in 2020 te laat.

De feiten kloppen. De conclusie niet. Toen ik op 11 november (Sint Maarten) om ongeveer half acht de deur open deed stond ik oog in oog met 5 giebelende meisjes van een jaar of 11. Hun lampions voldeden maar ternauwernood aan de meest minimale eisen. En hun liedje raffelden ze af. Ik ken mensen die dan botweg de deur dichtsmijten. Maar ik ben een genereus mens. Een twixje voor de dames dus en dan terug naar mijn kikkererwten.

Maar ze bleven staan. Er ontstond een wat merkwaardige impasse. ‘Zeg het dan!’ stootte een meisje de andere aan. ‘Wij kennen u.’ deelde de andere me moedig mee. Ik moest eerlijk toegeven dat ik hen niet kende. Het bleek dat ik hun had voorgelezen tijden het voorleesontbijt op de lokale lagere school, enkele weken geleden. Dat ik hen niet kende, is zuur. Een  schrijver wiens voorleescarrière uit precies 1 sessie bestaat zou zijn publiek meer op waarde moeten schatten. Zuurder was dat ze vertelden dat ze nooit verder zijn gegaan met Dissus, het boek waaruit ik voorlas.  Maar misschien mocht ik volgend jaar nog wel een keer komen … En nee, de meesten kwamen niet uit Leermens.

De feiten kloppen, de conclusie niet. Toch is mijn oproep om de zwem- en schoolfaciliteiten uit te breiden beter onderbouwd dan menig schriftelijk rapport of mondeling betoog dat ik van cursisten krijg. Een tekst is vaak overtuigend bedoeld. In zo’n geval doet u er goed uw uitspraken te ondersteunen met feiten. Toetsbare feiten. Feiten die u ook als zodanig presenteert, met bronvermelding. Morgen meer.

Uitzicht op een vaste aanstelling

Eerst wat anders – de Sint Maarten-score. Het waren drie kinderen en één moeder. Ze hoorden bij elkaar. Toen ik een schaal zocht om al mijn snoep in te draperen, zag ik ook nog van die oranje en rode slangetjes van Albert Heijn voor bij het WK. Die deed ik toen ook maar in de schaal. Zelden een kind zo blij gemaakt! ‘Wat leuk!’ zei de oudste zoon oprecht verheugd. Ze kozen alledrie voor zo’n stuk ijzerdraad met wol eromheen. De snoep is voor ons.

En dan nu die personeelsadvertentie. Zo heel af en toe lees ik (ook op lichte instigatie van mijn werkende vrouw) personeelsadvertenties voor een echte baan. Maar ik kan er ook niets aan doen. Ik word al snel afgeleid door de tekst. Ik weet niet meer van wie dit gouden aanbod afkomstig is. Er staat onder het kopje ‘Wij bieden’

een tijdelijke aanstelling voor de duur van 1 jaar, met uitzicht op een vaste aanstelling

Het is een beetje flauw. Maar ‘tijdelijk’ is hier wat dubbelop. De tekst moet natuurlijk luiden: ‘Een aanstelling voor de duur van 1 jaar’. Maar door het woordje ‘tijdelijk’ in combinatie met dat starre, afgemeten ‘1 jaar’, krijgt het tweede deel van de zin iets troosteloos.  Natuurlijk, het zijn vertrouwde woorden maar “losgezongen” kunnen ze ook zomaar poëzie zijn. ‘Een tijdelijke aanstelling voor de duur van 1 jaar’ Hoe tijdelijk is een jaar? En al die tijd dat tijdelijke uitzicht op een vaste aanstelling? Wat doet dat met een mens?

De vacature herinner ik me niet meer.

Mien lutje lanteern

In Leermens is het Sint Maarten. Elders trouwens ook. Maar lang niet overal. In Utrecht bijvoorbeeld. Daar wordt dit feest niet gevierd. Althans, tot 1983 toen ik er wegging. We verhuisden dat jaar naar Groningen. En hoewel ik als jongetje jaren in Amsterdam-Noord woonde (waar Sint Maarten groot gevierd wordt, althans tot 1972 toen ik er wegging) overviel het me: ‘11 november is de dag’. Maar wij hadden niets in huis. Mijn toenmalige vriendin had net haar eerste baan. En ik studeerde nog. Wisten wij veel.

We woonden in een kinderrijke nieuwbouwbuurt dus Sint Maarten was een groot feest. Nadat we eenmaal ‘nee’ moesten verkopen aan een grote groep zingende kinderen voor de deur en we nog veel meer lampionnen in het donker op ons huis zagen afkomen, hebben we het licht uitgedaan. Op de grond zittend, het bord op schoot, keken we stiekem het A-team.

Jarenlang hoefden we er niet meer aan te denken: onze zonen kwamen van school met de prachtigste lampionnen. De eerste keer loop je mee. Je staat wat besmuikt schuin achter de zingende kinderen en probeert bij het uitdelen van het snoep niet te zeggen ‘Wat zeg je dan?’. Maar leuk is anders. De tweede keer ging Rick mee, de zoon van onze oppas. En de volgende keren gingen ze alleen. Maar het was natuurlijk ook gewoon feest. Stel je voor: twee hummeltjes, dik ingepakt, die –hoewel in hoog-Hollands opgevoed- in prachtig plat Gronings ‘Mien lutje lanteern’ zingen.

In de loop der jaren verloor het feest z’n onschuld. Vooral Freek pakte Sint Maarten zakelijk aan. Met wat vriendjes trokken ze de regio door. Ze begonnen op tijd, aten om 18.00 uur erwtensoep bij Jannie in Eenum, en gingen dan nog een flinke tijd door. Ik zette dan in de keuken de weegschaal klaar. Kilo’s werden er “opgelopen”. Een afzichtelijke berg met het gruwelijkste snoep.

En nu? Groningen vergrijst. Ik koop nog steeds een paar zakken twixjes en nutsjes maar blijf er steeds vaker mee zitten. Vorig jaar kwam er niemand. Stel je voor: de lampen branden, twee vijftigers met drie zakken chocoladereepjes. Op de bank. De wereld draait door.

%d bloggers liken dit: