Open dag

Ik denk wel eens: zal ik ook een open dag organiseren? Zo’n dag waarop klanten en andere belangstellenden zich kunnen vergapen aan mijn machinepark. Aan mijn opmerkelijk pienter uitgedokterde opbergsystemen, aan mijn scanner, aan mijn rolodex. Tja. Er valt hier weinig te zien. Of moeten we als verzamelde zelfstandig ondernemers een openbedrijvendag organiseren? De clown, de schilder, de beeldhouwer, de houtzager, zij hebben het makkelijk.

Ooit was hier in Leermens een opentuinendag. Zo’n dag waarop Leermsters zich aan elkaars open tuin mogen vergapen. Dat was een succes. Logisch. Er was toen wel degelijk veel prachtigs te zien. En je bent ook gewoon nieuwsgierig. Ik maakte kennis met dorpsgenoten die ik nooit eerder zag.

U ziet: vandaag is het hoe-schrijf-je-samengesteldezelfstandignaamwoordendag. Eigenlijk is het eenvoudig. We schrijven samengestelde zelfstandig naamwoorden gewoon aan elkaar. Het Groene boekje geeft als voorbeeld de fietsband. Er is een fiets, er is een band, er is een fietsband. Er is een fietsband, er is een reparatieset. Er is een fietsbandreparatieset. Wat maakt de spelling van samenstellingen soms wat lastig? Bijvoorbeeld als er een bijvoeglijk naamwoord bij komt. Als het bijvoeglijk naamwoord betrekking heeft op het woord er pal voor, schrijf je het in de samenstellingen aan elkaar. Als het bijvoeglijk naamwoord betrekking heeft op de kern van de samenstelling, het laatste zelfstandig naamwoord,  schrijf je het er niet aan vast. Dus: een loper die lange afstanden loopt is de langeafstandsloper. Een afstandsloper die lang is, is een lange afstandsloper. Overigens en geheel terzijde: een open haard die nep is, is een nepopenhaard.

Maar hoe zit het met mijn open dag? Dames en heren. Het is hier altijd opendagendag. Komt mij zien. Gaan we gezellig samen het grote langesamengesteldezelfstandignaamwoordenspel spelen. De spelregels halen we bij onze Taalunie.

Trouwe lezers herinneren zich het stukje over de trema en het tussenstreepje.

%d bloggers liken dit: