Boosten

Engelse werkwoorden die we vernederlandsen. Noem het een hobby.

Zouden ze in andere landen dat jatwerk net zo onbekommerd doen? En hoe werkt dat dan? Ik zal het mijn Franse schoondochter eens vragen. Zijn er überhaupt Nederlandse werkwoorden verfranst? Als we een buitenlands woord inpikken noemen we dat vaak een leenwoord. Maar dat blijkt vaak niet te kloppen. Wat we lenen, houden we ook.

Het gemak waarmee we woorden als assignen, bloghoppen, bungeejumpen en troubleshooten oppikken, gebruiken en vervoegen. Adembenemend. Gisteren hoorde ik een meneer op de televisie de hoop uitspreken dat we in december alle ouderen geboost hebben.

Mijn vrouw corrigeerde hem, het betreft hier niet de ouderen maar hun immuunsysteem. Ik complimenteerde hem. Ja, kom maar op. Nieuwe woorden zijn altijd welkom. Hoewel, de Taalunie nam het nog niet op in de Woordenlijst. Maar van mij mogen die woorden. We zijn een gastvrij land. Toch?

En wilt u ze ook nog spellen? Geen probleem. Onze Taal heeft een prachtig overzicht van vernederlandste Engelse werkwoorden. Genieten. En natuurlijk, ‘boosten’ staat erin.

Zwarte zwartepietende Zwarte Pieten

Veel mensen vragen mij: ‘Wout, hoe zit dat nou eigenlijks met de hoofdletters in Zwarte Piet?’ Die onzekerheid in de samenleving is gevaarlijk en kan leiden tot een eindeloze  zwartepietendiscussie of een loodzwaar Zwarte Pietdebat of  Zwarte Pieten-rondetafelgesprek. Ik zocht het uit.

Onze Taal – de gebruikersvereniging van onze taal – is er helder over.

Volgens de regels krijgt zwarte piet kleine letters als deze benaming als ‘soortnaam’ gebruikt wordt. Dan is niet de unieke persoon Zwarte Piet bedoeld, maar een willekeurig iemand die zich verkleed heeft als de knecht van Sinterklaas:

  • Bij dat bedrijf kun je goede zwarte pieten inhuren.
  • We zullen nog een extra zwarte piet regelen.

Wie in deze laatste zinnen liever hoofdletters schrijft, maakt volgens ons geen grote fout. Je kunt Zwarte Piet immers ook opvatten als de eigennaam van een personage. Zo’n eigennaam behoudt altijd zijn hoofdletter(s), door wie het personage ook wordt uitgebeeld. Vergelijk: ‘Ik vind Pierre Bokma net zo’n goede Kootje de Beer als Piet Römer was.’ In deze zin behoudt Kootje de Beer (de kroegbaas uit ’t Schaep met de 5 pooten) ook zijn hoofdletters.

De Taalunie – de instantie de de spellingsregels bepaalt – is rechtlijniger. Immers, ook een kleine fout is een fout.

Als Zwarte Piet verwijst naar ‘de knecht van Sinterklaas’, is het een eigennaam. We schrijven Zwarte Piet dan met hoofdletters, net als bijvoorbeeld Sinterklaas.

  • Komt Sinterklaas uit Spanje?
  • Zwarte Piet stond naast hem op het dek te zwaaien.

De naam van Zwarte Piet wordt soms gebruikt om verschillende personen aan te duiden die voor Zwarte Piet spelen. In dat geval schrijven we zwarte pieten met kleine letters. De benaming is dan een soortnaam. Een vergelijkbaar voorbeeld is sinterklazen (‘personen die voor Sinterklaas spelen’).

  • Matilda was verrast toen ze twee sinterklazen zag vechten om een staf.

Over het werkwoord ‘zwartepieten’ zijn de geleerden het eens. Dat schrijf je aaneen. En het voltooid deelwoord is dus ‘gezwartepiet’.

Spelling: de belangrijkste bijzaak op voetbal na.


 

De links:

Een Droom

Vandaag is het zover. U heeft ongetwijfeld – net als ik – al de kortste route naar uw Boekwinkel opgezocht. We kunnen er vanaf 18.00 uur ons Droomboek afhalen. Althans, ik kreeg een bon. U vast ook. Ik citeer de website:

Ter inspiratie van elkaar en de nieuwe Koning heeft het Nationaal Comité Inhuldiging jong en oud gevraagd hun toekomstdroom voor ons Koninkrijk te delen. Uit de ruim 6.500 inzendingen heeft een jury van 16 Bekende Nederlanders de meest verrassende, inspirerende en begrijpelijke dromen geselecteerd voor publicatie in het Droomboek.

Zo’n tekstje is toch smullen. Neem de hoofdletters. Dat we van de Taalunie Koning met een hoofdletter moeten schrijven begrijp ik. Respect, weet u wel. En dat Droomboek een eigennaam is en geen soortnaam, begrijp ik nu ook. Maar dat we Bekende Nederlanders met een hoofdletter moeten schrijven vind ik ver gaan. Mag ik er hier voor pleiten om de afko BN’er voortaan te spellen als bN’er?

Droomboek (het zou zomaar een titel kunnen zijn van een gedicht van Gerrit Achterberg) bevat zo’n 300 dromen. Ik zapte wat door alle ingestuurde dromen en maak me toch wat zorgen. Hoe de bN’ers hier 300 dromen uit kunnen plukken die de Koning inspireren is mij een raadsel. Daar hebben we inderdaad André van Duin wel bij nodig. 

Neil Young zong ooit: ‘If you follow every dream, you might get lost’. Doe vanavond dus voorzichtig als u gaat slapen met het Droomboek naast uw kussen.

Net vandaag is de Bosweg bij Loppersum afgesloten. Ik moet voor mijn exemplaar dus omrijden via Zeerijp.
Net vandaag is de Bosweg bij Loppersum afgesloten. Ik moet voor mijn exemplaar dus omrijden via Zeerijp.

Open dag

Ik denk wel eens: zal ik ook een open dag organiseren? Zo’n dag waarop klanten en andere belangstellenden zich kunnen vergapen aan mijn machinepark. Aan mijn opmerkelijk pienter uitgedokterde opbergsystemen, aan mijn scanner, aan mijn rolodex. Tja. Er valt hier weinig te zien. Of moeten we als verzamelde zelfstandig ondernemers een openbedrijvendag organiseren? De clown, de schilder, de beeldhouwer, de houtzager, zij hebben het makkelijk.

Ooit was hier in Leermens een opentuinendag. Zo’n dag waarop Leermsters zich aan elkaars open tuin mogen vergapen. Dat was een succes. Logisch. Er was toen wel degelijk veel prachtigs te zien. En je bent ook gewoon nieuwsgierig. Ik maakte kennis met dorpsgenoten die ik nooit eerder zag.

U ziet: vandaag is het hoe-schrijf-je-samengesteldezelfstandignaamwoordendag. Eigenlijk is het eenvoudig. We schrijven samengestelde zelfstandig naamwoorden gewoon aan elkaar. Het Groene boekje geeft als voorbeeld de fietsband. Er is een fiets, er is een band, er is een fietsband. Er is een fietsband, er is een reparatieset. Er is een fietsbandreparatieset. Wat maakt de spelling van samenstellingen soms wat lastig? Bijvoorbeeld als er een bijvoeglijk naamwoord bij komt. Als het bijvoeglijk naamwoord betrekking heeft op het woord er pal voor, schrijf je het in de samenstellingen aan elkaar. Als het bijvoeglijk naamwoord betrekking heeft op de kern van de samenstelling, het laatste zelfstandig naamwoord,  schrijf je het er niet aan vast. Dus: een loper die lange afstanden loopt is de langeafstandsloper. Een afstandsloper die lang is, is een lange afstandsloper. Overigens en geheel terzijde: een open haard die nep is, is een nepopenhaard.

Maar hoe zit het met mijn open dag? Dames en heren. Het is hier altijd opendagendag. Komt mij zien. Gaan we gezellig samen het grote langesamengesteldezelfstandignaamwoordenspel spelen. De spelregels halen we bij onze Taalunie.

Trouwe lezers herinneren zich het stukje over de trema en het tussenstreepje.

%d bloggers liken dit: