Amateurs

Ik beken. Ik heb nog nooit een wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de plaats waar het oog van de schermlezer het eerst op valt. Ik heb nog nooit een wetenschappelijk artikel geplaatst over schriftelijke communicatie. En nu ik toch mijn hele hebben en houden op tafel leg: ik heb de afgelopen 2 jaar geen training gedaan over trainen.

U wilt weten waarom u dit moet weten. Omdat ik in mijn vakblad Tekstblad lees dat ik als zelfstandig tekstschrijver en schrijftrainer onvoldoende in kennisontwikkeling investeer. In die van mezelf, welteverstaan. Dat zegt Kees Maat. Hij stond aan de wieg van professionele schrijftrainingen, dus hij kan het weten. Maat was baas bij een groot bureau.

Hij zegt: ‘Leo Lentz onderzocht bijvoorbeeld ook hoe mensen naar een beeldscherm kijken en tekst op een beeldscherm tot zich nemen. Dat moet je weten als je een schrijftraining geeft …’

Toen hij nog baas was van een bureau liet hij zijn trainers regelmatig bijscholen. Hij zegt: ‘[… ]of een zelfstandige zijn of haar vak nu goed kan bijhouden? Mm. Ik heb mijn twijfels. Zeker ook gezien de tarieven die zzp’ers tegenwoordig worden opgedrongen.’

Hier brak mijn klomp. Ik word hier – impliciet – weggezet als amateur.

In september geef ik een schrijftraining voor Deskundigen-Hygiëne-en-Infectiepreventie-in-opleiding. Ik ga ze niet leren waar hun lezer of lezeres allereerst naar kijken als ze een webpagina openen. Ik hou het kleiner, basaler. Ik ga ze leren dat ze een tekst in blokjes moeten opknippen. Dat het aardig is als je in een e-mail de lezer aanspreekt. Dat de lijdende vorm prima Nederlands is maar dat het wel eens wat te veel van het goede kan zijn. Dat moeilijke woorden nuttig zijn als je wilt laten zien dat je hebt doorgeleerd maar dat de meeste lezers daar al van uitgingen en dat je dus ook best eenvoudig Nederlands mag schrijven. En dat ‘tenslotte’ en ‘ten slotte’ een verschillende betekenis hebben. Dat … Nou ja, ik hou ook nog wat over voor mijn lessen.

Het is allemaal behoorlijk basaal geef ik toe. Maar voor mijn cursisten vaak ogenopenend. Dat mijn lessen gewaardeerd worden – en dat worden ze – zit ‘m in de stof. Ze wisten het gewoon niet. En nu weten ze het wel. Het zit ‘m ook in de docent, hoor ik van hen al zeg ik dat zelf. Iemand die weet waar hij het over heeft en kan spelen met voorbeelden uit hun praktijk. Ze waarderen het dat ik kan schakelen. En ze waarderen het dat die enkele keer dat er iets spannends gebeurt in een training, ik dat redelijk kan handlen. Dat ik nooit publiceerde, ach, ik heb daar nooit vragen over gehad. Misschien vinden ze dat minder interessant.

Ten slotte. Maat vergoelijkt zijn impliciete kwalificatie van ‘amateur’ door te vermelden dat de tarieven zo onder druk staan. Hoe kunnen wij arme kleine zzp’ers nu bij blijven? Ik vraag gemiddeld zo’n 80 euro per uur voor schrijftrainingen, exclusief voorbereiding, exclusief btw. Ik vind dat een mooi tarief. Bureaus vragen meer. Maar veel van dat extra geld gaat zitten in bazen, officemanagers, accountmanagers, teamuitjes en de belofte dat als de trainer ziek is ze waarschijnlijk in staat zijn om een vervanger te leveren. De accountmanager ben ik zelf. Een officemanager zou soms heel fijn zijn. En natuurlijk, af en toe een baas om over te zeuren, heerlijk! Nu ben ik altijd zelf de schuldige als er iets mis gaat. En die belofte van vervanging? Ik heb Tekstnet. Eén mailtje in de groepsmail en we helpen elkaar uit de brand.

Dat ik in mezelf moet blijven investeren beaam ik. Maar dat de kwaliteit van zelfstandig schrijftrainers in een groot gebaar in twijfel wordt getrokken met niets anders als onderbouwing dan “twijfel”, dat steekt een beetje. Zeker als dat gebeurt door een meneer die eerder in dat interview pleit voor meer denktucht.

Nou ja. Dat wilde ik even kwijt. Eeuwig zonde van die klomp trouwens.

In gesprek over schrijven

Als ik een tekst redigeer of herschrijf, maak ik onbekommerd en rücksichtlos een anonieme ambtelijke tekst vaak een heel stuk korter en pakkender. Ik schrap veel van die lijdende vormen en haal conclusies naar voren. En ik plaats tussenkoppen die de lezer helpen. Echt, vaak knapt een tekst erg van mij op. Maar het is natuurlijk een beetje dweilen met de kraan open. Het zou veel handiger, leuker en productiever zijn als we de auteurs leren hoe ze zelf hun teksten wat kunnen opfleuren. Logisch dat veel tekstschrijvers ook schrijftrainer zijn.

Schrijven en trainen zijn echter twee verschillende bekwaamheden. Als ik een tekst redigeer, doe ik dat in mijn eigen werkkamer, achter mijn eigen computer en zonder al te veel ruggespraak met de auteur. Als ik een schrijftraining geef ga ik juist wel in gesprek. Dat is soms een lastig gesprek.

Je kunt professionals namelijk alleen iets leren als ze de meerwaarde ervan zien. Soms is dat glashelder. Neem een training over correct spellen: de meeste professionals vinden dat een adviesrapport geen spelfouten mag bevatten. Maar lang niet altijd is het zo klip en klaar. Tussenkoppen bijvoorbeeld. Zij stuiten nog wel eens op weerstand.

In mijn trainingen probeer ik daarom deelnemers de meerwaarde ervan te laten ervaren. Ik neem een lange tekst van een van de deelnemers. De ene helft van de groep krijgt de oorspronkelijke tekst, de andere helft krijgt dezelfde tekst mét tussenkoppen. Ze krijgen een paar minuten om de tekst te lezen. Daarna overhoor ik. Vaak merken mensen dan dat ze de tekst mét tussenkoppen beter lezen en beter onthouden. Dan is mijn punt gemaakt.

Denk ik. Hoe overtuigend wil je het? En toch, soms blijft iemand (let op: mijn beleving) steken in ‘zo doen we dat hier niet’. Dan eindigt voor de schrijftrainer het gesprek. Dan is het de beurt aan de leidinggevende: ‘Zo doen we dat hier dus voortaan wel.’ Jammer dat die leidinggevende soms net even weg is.


 

In Tekstblad (02 | 2015) schrijft schrijftrainster Louise Cornelis een interessant artikel over de soms tenenkrommende onmacht van de schrijftrainer.

Pak ze beet

Of ik een training kan geven in het schrijven van nota’s die bestemd zijn voor het hoger management. Ik zei ‘ja’. Allicht. Ik lees Tekstblad en daar staat dat allemaal in. Neem de Tekstblad die gisteren in de bus glipte. Ik citeer een interview met collega’s Annet Huizing en Marc ter Horst, ervaren tekstschrijvers. Wat gaat er vaak mis in een tekst vraagt de interviewer aan Annet:

‘Vaak is het euvel dat een tekst veel te afstandelijk is geschreven. Dat de schrijver geen contact maakt met de lezers.’ ‘Ja precies’, reageert Marc. ‘Pak ze meteen beet, bij de eerste zin, bij elk hoofdstuk.’

Het gaat hier, schrijf ik er volledigheidshalve bij, over het schrijven van informatieve kinderboeken. Zou dat echt zo’n verschil maken? Nee. Of je een informatief boek schrijft voor kinderen of een folder over MRSA voor een patiënt of een artikel voor collega’s of een beleidsnotitie voor de directie, wat telt is de mate waarin je je inleeft in de wereld van je lezer.

Daarmee ben ik terug bij een stokpaardje: bedenk niet wat jij wilt vertellen maar bedenk wat je lezer boeit, raakt, boos maakt, prikkelt, emotioneert, enthousiasmeert. Bedenk: wat wil hij of zij weten? En ja, dan is er verschil tussen een tekst voor kinderen, voor een zieke patiënt of een directeur. Een directie is geïnteresseerd in draagvlak bij alle geledingen van het bedrijf, exposure, meerwaarde, de krant, de klant. En soms – maar lang niet altijd – in geld.

Waar heb je het niet over? Je hebt het niet over onzekerheden. Wel over hoe je onzekerheden uitbant. Je hebt het niet over de techniek (tenzij je voor een technisch bedrijf aan de slag bent). Wel over wat die techniek doet.

Directeuren, het zijn net mensen.

Onder woorden

Ik rende zondagochtend van Leermens, via Schatsborg en ’t Zandt langs de Omtadaweg en terug via Godlinze en Lutjerijp. Een werkelijk wonderbaarlijk mooi stukje Groningen. Al rennend bemerkte ik echter dat ik er niet naar keek maar dat ik erover aan het schrijven was. Dat ik een formulering zocht om de schoonheid onder woorden te brengen. En toen ik daarover nadacht, ontdekte ik dat ik eigenlijk altijd aan het schrijven ben. In mijn hoofd, welteverstaan.

Als prater kan ik wel eens wat omstandig zijn. ik – man – heb spreektijd nodig om al pratend mijn gedachten te ordenen. Maar lang niet altijd is me die tijd gegund. Een lichte aarzeling is vaak al voldoende voor een ander om mij in de rede te vallen. Waardoor menig ongetwijfeld prachtige gedachte in de knop is gebroken.

Het woord, onder woorden gebracht door Anneke Nunn en collega's van Van Dale bij een bezoek aan het Fries Grafisch Museum
Het woord, onder woorden gebracht door Anneke Nunn en collega’s van Van Dale bij een bezoek aan het Fries Grafisch Museum

Zolang ik al die prille spinsels maar niet met een ander deel, word ik niet in de rede gevallen en kan ik ze langzaam, soms zelfs heel langzaam, tot wasdom brengen. Mijn denken is schrijven, mijn schrijven denken. Er komt geen stem aan te pas. Pas als het onder woorden is, is de gedachte af.

Voor Veerle Baaijen is dit nauwelijks nieuws. Zij schreef een proefschrift over schrijvend leren. In Tekstblad schreef ze een artikel over haar onderzoek. Wat blijkt? Ik klop.

Ontkennen heeft geen zin

In Tekstblad schreef Tekstnet-collega Jeanine Mies een leuk, handzaam artikel over de ontkenning. Strekking: gebruik geen ontkenningen want daar hebben we het moeilijk mee. Al jaren verkondig ik – vooral op grond van mijn grenzeloos optimistische en zonnige inborst – de kracht van positief formuleren. Eindelijk wordt dat goed onderbouwd. Mies laat dan ook niet de eersten de besten aan het woord. Een taalstrateeg bijvoorbeeld of een verandermanager of een taalonderzoeker. En zelfs een energetisch coach.

Maar misschien zijn al deze experts wel overbodig en zegt deze foto wel genoeg:

In de Amsterdamse tram
U ziet, in de Amsterdamse tram is het meestal erg gesellig

Ja. We communiceren op ons best als we bij de ander een positief beeld in het hoofd doen ontspruiten. Professioneel communiceren is dan een vorm van tuinieren. Je zaait, je geeft het zaadje wat water en wat licht en lucht en warmte. Dit alles natuurlijk het liefst ecologisch verantwoord en zonder bestrijdingsmiddelen.

Overigens ontdekte ik dat u het artikel van Jeanine gewoon online kunt lezen. Gratis!

%d bloggers liken dit: