Schrijfcoaching

Tekstnet verzorgt binnenkort een workshop over schrijfcoaching. Ik ben tekstschrijver, schrijftrainer en ja, ook schrijfcoach. Ik heb mijn eerstegraads lesbevoegdheid. Ik was tussendemiddagoppas bij een crèche, ik gaf les op twee middelbare scholen en in het hogere beroepsonderwijs.

Dat ik als schrijfcoach best een beetje bekwaam ben, bleek me vorige week donderdag toen ik de notulen las van iemand die ik als schrijfcoach begeleid bij het leren notuleren. Deze notulen waren gewoon goed. Even verdacht ik haar ervan dat ze een ander had ingehuurd om bij mij in een goed blaadje te komen. Dat ontkende ze. Nee, ze had gewoon gedaan wat ik haar had geleerd.

Die workshop heb ik dus eigenlijk helemaal niet nodig. Toch schrijf ik me bij deze alvast graag in. Juist dergelijke bijeenkomsten kunnen enorm bijdragen aan een – hoe krijg ik het uit mijn pen – een stukje reflectie en bewustwording.

Het is net als wanneer je anderstaligen de grammatica van het Nederlands uitlegt. Ineens zie je patronen en afwijkingen in die patronen en patronen in die afwijkingen die je voorheen niet zag. Je bent niet alleen onbewust bekwaam maar wordt plots ook bewust bekwaam. En dat kan heel handig zijn als je iemand iets moet uitleggen.

Moeilijk is het om de student zijn of haar eigen keuzes te laten maken. Ook als haar of zijn aanpak niet zo handig is. Loslaten. Het laten gebeuren. Maar het moeilijkste van schrijfcoaching vind ik om de neiging te onderdrukken om de student opzij te schuiven en te zeggen: ‘Laat maar, ik doe het wel even.’ Of om te zeggen: ‘Als je klaar bent, mag je me het nog wel een keer toesturen. Dan kijk ik er nog even.’

‘Als coach stap je niet het veld in’, zeg ik dan naderhand bozig tegen mezelf. Maar dat is nog knap lastig.

Amateurs

Ik beken. Ik heb nog nooit een wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de plaats waar het oog van de schermlezer het eerst op valt. Ik heb nog nooit een wetenschappelijk artikel geplaatst over schriftelijke communicatie. En nu ik toch mijn hele hebben en houden op tafel leg: ik heb de afgelopen 2 jaar geen training gedaan over trainen.

U wilt weten waarom u dit moet weten. Omdat ik in mijn vakblad Tekstblad lees dat ik als zelfstandig tekstschrijver en schrijftrainer onvoldoende in kennisontwikkeling investeer. In die van mezelf, welteverstaan. Dat zegt Kees Maat. Hij stond aan de wieg van professionele schrijftrainingen, dus hij kan het weten. Maat was baas bij een groot bureau.

Hij zegt: ‘Leo Lentz onderzocht bijvoorbeeld ook hoe mensen naar een beeldscherm kijken en tekst op een beeldscherm tot zich nemen. Dat moet je weten als je een schrijftraining geeft …’

Toen hij nog baas was van een bureau liet hij zijn trainers regelmatig bijscholen. Hij zegt: ‘[… ]of een zelfstandige zijn of haar vak nu goed kan bijhouden? Mm. Ik heb mijn twijfels. Zeker ook gezien de tarieven die zzp’ers tegenwoordig worden opgedrongen.’

Hier brak mijn klomp. Ik word hier – impliciet – weggezet als amateur.

In september geef ik een schrijftraining voor Deskundigen-Hygiëne-en-Infectiepreventie-in-opleiding. Ik ga ze niet leren waar hun lezer of lezeres allereerst naar kijken als ze een webpagina openen. Ik hou het kleiner, basaler. Ik ga ze leren dat ze een tekst in blokjes moeten opknippen. Dat het aardig is als je in een e-mail de lezer aanspreekt. Dat de lijdende vorm prima Nederlands is maar dat het wel eens wat te veel van het goede kan zijn. Dat moeilijke woorden nuttig zijn als je wilt laten zien dat je hebt doorgeleerd maar dat de meeste lezers daar al van uitgingen en dat je dus ook best eenvoudig Nederlands mag schrijven. En dat ‘tenslotte’ en ‘ten slotte’ een verschillende betekenis hebben. Dat … Nou ja, ik hou ook nog wat over voor mijn lessen.

Het is allemaal behoorlijk basaal geef ik toe. Maar voor mijn cursisten vaak ogenopenend. Dat mijn lessen gewaardeerd worden – en dat worden ze – zit ‘m in de stof. Ze wisten het gewoon niet. En nu weten ze het wel. Het zit ‘m ook in de docent, hoor ik van hen al zeg ik dat zelf. Iemand die weet waar hij het over heeft en kan spelen met voorbeelden uit hun praktijk. Ze waarderen het dat ik kan schakelen. En ze waarderen het dat die enkele keer dat er iets spannends gebeurt in een training, ik dat redelijk kan handlen. Dat ik nooit publiceerde, ach, ik heb daar nooit vragen over gehad. Misschien vinden ze dat minder interessant.

Ten slotte. Maat vergoelijkt zijn impliciete kwalificatie van ‘amateur’ door te vermelden dat de tarieven zo onder druk staan. Hoe kunnen wij arme kleine zzp’ers nu bij blijven? Ik vraag gemiddeld zo’n 80 euro per uur voor schrijftrainingen, exclusief voorbereiding, exclusief btw. Ik vind dat een mooi tarief. Bureaus vragen meer. Maar veel van dat extra geld gaat zitten in bazen, officemanagers, accountmanagers, teamuitjes en de belofte dat als de trainer ziek is ze waarschijnlijk in staat zijn om een vervanger te leveren. De accountmanager ben ik zelf. Een officemanager zou soms heel fijn zijn. En natuurlijk, af en toe een baas om over te zeuren, heerlijk! Nu ben ik altijd zelf de schuldige als er iets mis gaat. En die belofte van vervanging? Ik heb Tekstnet. Eén mailtje in de groepsmail en we helpen elkaar uit de brand.

Dat ik in mezelf moet blijven investeren beaam ik. Maar dat de kwaliteit van zelfstandig schrijftrainers in een groot gebaar in twijfel wordt getrokken met niets anders als onderbouwing dan “twijfel”, dat steekt een beetje. Zeker als dat gebeurt door een meneer die eerder in dat interview pleit voor meer denktucht.

Nou ja. Dat wilde ik even kwijt. Eeuwig zonde van die klomp trouwens.

De meerwaarde van een tekstschrijver

We stonden in de bergen bij Nice op de parkeerplaats bij de Galerie Maeght. Het was even na vijven. Het was een lange dag geweest. ’s Morgens waren we op en neer naar de markt gelopen. We hadden geluncht , ook geen kleinigheid in Frankrijk, en daarna waren we dus naar dat museum. Een prachtig gebouw in een prachtige omgeving met wonderschone beelden.

We waren moe. Er zat bier en wijn in het uur en nootjes, maar daarvoor moesten we wel eerst daar weg.

Vier van ons hadden de auto. Twee de scooter. Toen we weg wilden, bleek er een probleem. Het bergvakzitgedeelte van de scooter wilde niet open. En daar lagen de helmen. Ik hield me wat afzijdig. Ik ben niet technisch. Maar zelfs met de gecombineerde inspanningen van een kunstenaar, een hoogleraar, een huisarts, een anesthesist-in-opleiding en een aanstaande uroloog-wetenschapper-in-opleiding zorgen niet voor een resultaat.

De huisarts vond een stuk zaag en wilde daarmee het slot te lijf. Ik kon het niet langer aanzien en toonde uiteindelijk toch ook enige betrokkenheid.

Ik stelde een vraag.

Ik vroeg: ‘Hoe werkt het dan? De dokter deed het geduldig voor. Sleutel erin. Even de knop induwen en de klep omhoog … klik.

Daar heb je nou een tekstschrijver voor nodig: de juiste vraag op het juiste moment.

 

Pop-up-dependance Tekstnetcafé

Heel Holland bakt, maar echte bakkers zijn schaars. Heel Holland dicht, maar echte dichters zijn schaars. Heel Holland schrijft, maar echte tekstschrijvers zijn schaars. En dus is het heerlijk dat Tekstnet er is. Het mooie is: vrijdag 27 oktober organiseren we een pop-up-Tekstnetcafé in café Wolthoorn & co in Groningen. Ben je tekstschrijver en/of schrijftrainer? Woon je in de buurt? Komen!

Ik neem aan dat als je echte bakker bent, je graag onder collega’s verkeert. Dat je kunt praten over de perfecte temperatuur waarop je wit brood bakt, of over de kwaliteit van broodverbeteraars of gist en de onzin van spelt. Ik neem aan dat als je dichter bent, je graag met collega-dichters verkeert. Wat is de beste zaal om voor te lezen? Hoe geef je je gedicht precies die Schwung die het nodig heeft om te beklijven? Zijn lange regels minder dan korte?

Dat hebben wij tekstschrijvers nou ook. Collega’s zijn schaars, zeker hier in het verre Noorden, dus als je ze ontmoet is dat fijn. Tekstnet voorziet daarin.

We maken ons sterk voor de beroepsgroep. We hebben het over de komma. En de puntkomma. Over SEO. Over goede leads. Over infographics. Over het maken van mooie magazines. Over de zegeningen en rampspoed van de naamwoordconstructie. We hebben het over opdrachtgevers en hoe ermee om te gaan. We hebben het over geld. En over de kinderen, de poezen en het leven. Want dat telt ook. Ik ben samen met een klein aantal collega’s gestationeerd in het noordelijk buitengebied maar krijg nog veel mee via Twitter, Facebook en de e-mail. En via de mooie workshops en andere bijeenkomsten van Tekstnet. Maar gewoon een borrel, dat komt er meestal niet van.

En dus gaan we hier in het Noorden vrijdagmiddag 27 oktober een pop-up-dependance van het Tekstnetcafé doen. In café Wolthoorn & Co Van 16.00 uur tot ongeveer 18.00 uur. Ben je tekstschrijver en denk je ‘ja’? Kom langs. Alleen al omdat ik er anders wel heel alleen zit tussen gewone mensen. En volgens mij betaalt Tekstnet de bitterballen en het eerste rondje. Je hoeft beslist geen lid te zijn van de bond. Je hoeft je niet te legitimeren. Je moet wel 18 jaar of ouder zijn. Ben je van plan om te komen? Een mailtje is handig: info@woutsorgdragercommunicatie.nl.

PS

Er is meer goed nieuws. Want Tekstnet hanteert voortaan niet meer de verplichting van een toelatingsprocedure. Wie lid wordt, doet dat omdat hij of zij het brood verdient als professioneel tekstschrijver of schrijftrainer. En omdat hij of zij met collega’s wil werken aan steeds beter worden. Dan is Tekstnet een geweldige club. Wie nu lid wordt, betaalt pas per 1 januari. Een formidabele instapbonus van zo’n 25%. Ik bedoel maar. En dan is er nu de link: Tekstnet.

Mijn kenniskring

img_0001

Tekstnet, de beroepsvereniging van tekstschrijvers en schrijftrainers, viert vandaag haar algemene ledenvergadering. In Den Bosch. Ik ben er niet bij. Weer zo’n schrijnend stukje onrecht: hoe ver alles van hier is.

Binnen de vereniging is er een levendig debat gaande over de toekomst. De toekomst van Tekstnet welteverstaan. Dat debat lijkt wel wat op het debat dat Nederland voert over de toekomst. De toekomst van Nederland welteverstaan. Daarom voel ik me vrij ook anderen mee te nemen.

Centrale vraag is: blijven we een exclusieve club van goedgekeurde tekstprofessionals die middels een uitgebreide toetsingsprocedure aspirant leden zorgvuldig screent aan de poort of laten we iedereen toe die zich tekstprofessional voelt en 200 euro per jaar kan en wil bijdragen om zichzelf en de vereniging bij de tijd en fit en vitaal te houden?

Ik kies optie 2. De huidige situatie is in mijn ogen weliswaar erg gezellig maar op den duur niet verstandig.

In de toetsing van nieuwe leden zijn we streng. Ik kan het weten want ik ben een van de keurmeesters. Wie niet door de screening komt, kan het nog een keer proberen. Toch haken veel aspiranten af. Het gevolg: veel vertrouwde gezichten bij bijeenkomsten en gezellige borrels. Maar het zijn wel heel vertrouwde gezichten en ze worden toch – zeg ik met pijn in mijn hart – wel ieder jaar een beetje ouder.

Als men vanmiddag ‘ja’ zegt wordt voortaan iedereen toegelaten. Rijp en groen. Maar je kunt een plusje verdienen.  Daarvoor moet je aan intervisie doen of lid worden van een kenniskring, en je moet eens per 3 jaar je werk laten bespreken. Ten slotte moet je ook nog 1 keer per jaar een van de vele workshops volgen.

Wat zou er gebeuren als we nieuwe leden toelaten die nog niet zo goed kunnen schrijven? Want dat is de angst bij veel Tekstnetters. Immers, nu betekent het lidmaatschap ook een keurmerk. Wie een Tekstnetter inhuurt weet dat-ie een vakman inhuurt. En straks? Verdwijnt die zekerheid dan?

Ja, die zekerheid verdwijnt. Is dat erg? Ik betwijfel dat. Wie straks een Tekstnetter inhuurt weet in elk geval zeker dat-ie een professional inhuurt die met collega’s in gesprek gaat over zijn eigen werk en die regelmatig een scholing volgt. En die lid is van een levendige vereniging van mensen in verschillende fasen van hun loopbaan. Sommige zijn volleerd. Anderen komen eraan. Zo’n vereniging wil ik wel.

Zo’n land trouwens ook. Nu nog een kenniskring zoeken in Leermens en omgeving. Dat moet niet moeilijk zijn.

Even gluren bij Tekstnet?

Acquisitie

Eens per twee jaar organiseert Tekstnet een bijeenkomst van een dag waarin tekstschrijvend Nederland zich te goed kan doen aan workshops. Ditmaal wil Tekstnet dat we met zijn allen op acquisitie gaan.

Ik heb het niet zo op acquisitie.

Dat heeft voordelen en nadelen. Een groot voordeel is dat ik niet naar netwerkborrels hoef waar ik me out of place voel. Mind you: er staat geen komma tussen ‘hoef’ en ’waar’ wat betekent dat ik graag naar borrels ga waar ik me wél op mijn plaats voel. Een ander groot voordeel is dat ik niet de zeepkist op hoef. En een voordeel is dat ik het niet zo druk heb.

Dan nu de nadelen. Er zijn dagen dat ik het best wat drukker zou willen hebben met werk. Geld is ook altijd fijn. Er toe doen, dat ook.

Maar ik wil niet gefocust op mijn focus stralend werven en waanzinnige plannen realiseren met LinkedIn. Laat staan dat ik mijn business wil boosten. Brrr.

Dus.

Keihard werken aan een nieuwe grap

Tekstnet wijzigt haar koers. De nadruk komt minder te liggen op het aan de mens brengen van Tekstnet als keurmerk voor gewoon goede – misschien wel de beste – tekstschrijvers. De nadruk komt te liggen op permanente professionalisering. Met andere woorden: we gaan meer investeren in onszelf en minder in de opdrachtgever.

Toen ik met dat nieuws thuiskwam moest ik mijn aandeelhouder op de bank nog wel even overtuigen van de meerwaarde van dat voornemen. De markt is wat slap, hier in het noorden, en juist dan ga je minder investeren in reclame en meer in jezelf? De aarzeling is voorstelbaar. Wie op een dag als gisteren de lange reeks van opgewekte twitterfoto’s van borrelende en blije tekstprofessionals voorbij ziet komen, kan bij ‘investeren in onszelf’ een verkeerde indruk krijgen.

Toch is die koerswijziging goed. Niet omdat de oude koers slecht was, maar omdat de wereld verandert. Ik ken geen enkele opdrachtgever meer die zich ervan bewust is dat hij of zij met mij een goedgekeurde, gecertificeerde tekstschrijver in huis heeft gehaald. Boeit niet.

Bovendien: een clown die per advertentie laat weten dat hij grappig is, is niet heel geloofwaardig. Niet die clown moet dat zeggen, zijn publiek moet dat zeggen. En dat betekent vooral dat die clown voortdurend keihard moet werken aan de volgende nieuwe grap.

Dus dat gaan we doen: voortdurend keihard werken aan die nieuwe grap. En daar mag bij gelachen worden.