Het nut van een mooie tekst

Afgelopen vrijdag vierde Tekstnet met een borrel dat de vereniging bestond en dat een gezamenlijke borrel in levende lijve weer mocht. Voorzitter memoreerde in zijn welkomstwoord dat wij als tekstschrijvers de wereld een beetje mooier maken. Jeetje, dacht ik bij mezelf, hij legt de lat wel érg hoog. Mooi of niet mooi, dat zijn voor een tekstschrijver geen criteria. Een mooie tekst wordt niet per se beter gelezen. Een mooie tekst wordt niet per se beter begrepen.

Wie wilde kon blijven eten. Ik wilde. Allicht. Voor ik het wist was het 10 voor 9 en mijn trein ging om 18 óver 9. Ik liep stevig door en was dan ook ruim op tijd op het station. Daar hing een gigantisch bord met in schema alle vertrektijden en alle perrons. Dat zijn heel veel cijfers. Ik moest even goed kijken. Bij mijn trein had NS het geplande spoor 9 doorgehaald en er spoor 11 bij gezet. En in rood meldde men ook dat de trein 5 minuten vertraagd was.

Voor mensen die wat moeite hebben met lezen, adviseer ik vaak om de boodschap ook in een schema te zetten, het liefst met wat handige pictogrammen. Maar het omgekeerde is ook waar: mensen die wat moeite hebben met schema’s en getallen zijn vaak gebaat met een heldere tekst.

Ik stond om 20 over 9 op het perron van hun keuze. Geen trein. Ik stond om 22 over 9 op het perron van hun keuze. Geen trein. Toen ik me om 23 minuten over 9 meldde bij het loket bleek dat ik de trein nog juist kon uitzwaaien vanaf spoor 9. Dat heb ik niet gedaan. Ik ging op zoek naar dat bord om te checken hoe ze bij NS zo stom konden wezen. Maar ook daarvoor was ik te laat. De mededeling over mijn trein was tegelijk met die trein uit het zicht verdwenen.

Misschien had ik het toch verkeerd gelezen. Misschien had voorzitter Marnix toch gelijk. Misschien had ik de boodschap beter opgepikt als ze er een mooi tekstje van hadden gemaakt.


Foto: Polygoon, Nederlands Fotobureau,Catalogusnummer 76379 / collectie Het Utrechts Archief.

Meer bite met bonen

Het blijkt de week zonder vlees. Niemand die me dat vertelt. Ja, Tekstnet, wie anders. Jeanine Mies, u weet wel, van de magneetwoorden, zocht per Twitter naar een positief alternatief voor het woord ‘vleesloos’. Terecht. Schrijf niet over wat iemand verliest maar over wat zij wint. Een week zonder vlees klinkt wat mij betreft als “dry january”: dor, niet de moeite waard, sla die maand maar over.

Nou wil het geval dat wij al tientallen jaren nauwelijks vlees of vleesvervangers eten. Ik vind ‘vlees’ ook een beetje naar woord. Er zit iets lillerigs in en sterfelijks en onsmakelijks. Stel je voor, dat daar een fantastisch varken heerlijk rondbaggert in een weiland. Of machteloos crepeert in een te klein hok. En dat je op een dag zegt: ‘Het was mooi. Ik hang je op. Ik slacht je. Ik laat het bloed uit je lopen. Ik snij je in stukken. Ik stop je in een gehaktmolen. Ik eet je op.’ U ziet de film.

Probeer dat maar eens bij een blikje kikkererwten met roergebakken groentes en wat feta. Of bij een onsje gierst met linzen en spinazie. Of kijk op www.weekzondervlees.nl. Zoveel smaak, zoveel bite, zoveel heerlijk eten!

U wilt natuurlijk weten: is dat nou duur, zo’n kikkererwt? Soms zijn ze in de aanbieding. Dan bof je.

Op zoek naar de bedoeling

Gisteren was de dag die je wist dat zou komen: de Tekstnetworkshop met Dolf Weverink over schrijfcoaching. Ik was er klaar voor. De avond ervoor printte ik de routebeschrijving uit die mij van Utrecht CS zou leiden naar het vergadercentrum. De koffie voor onderweg stond klaar. 3 boeken in de tas want je weet maar nooit.

Het lukte. De trein landde om 9.45 uur in Utrecht. Ik trok mijn routebeschrijving en zag onmiddellijk dat wij onverenigbaar waren. Maar moeilijk kon het niet zijn. Om een lange omweg kort te maken: na 20 minuten ontmoette ik aan een prachtig jaagpad aan een kanaal een man en een vrouw. Ze gingen net naar binnen, de woonboot op. Nog voor ik mijn vraag had gesteld wisten zij mijn bedoeling. De Raad voor de Kinderbescherming …

De Raad voor de Kinderbescherming … ik liet het even tot me doordringen. En ontkende. Nu waren zij op hun beurt verbaasd: ‘U ziet er uit als iemand die komt voor de Raad voor de Kinderbescherming.’

Toen ik mijn werkelijke bedoeling had geformuleerd, hielpen ze me op weg. En ja, 15 minuten te laat was ik waar ik wezen wilde. Alwaar Dolf Weverink en 15 Tekstnetters mij en elkaar hielpen bij het schrijfcoachen. Dat is eigenlijk niet zo moeilijk, legde Weverink uit: ‘Luister naar De Bedoeling.’

Dat pikte ik gisteren op. Luister eerst. En vul niet in voor een ander.

Schrijfcoaching

Tekstnet verzorgt binnenkort een workshop over schrijfcoaching. Ik ben tekstschrijver, schrijftrainer en ja, ook schrijfcoach. Ik heb mijn eerstegraads lesbevoegdheid. Ik was tussendemiddagoppas bij een crèche, ik gaf les op twee middelbare scholen en in het hogere beroepsonderwijs.

Dat ik als schrijfcoach best een beetje bekwaam ben, bleek me vorige week donderdag toen ik de notulen las van iemand die ik als schrijfcoach begeleid bij het leren notuleren. Deze notulen waren gewoon goed. Even verdacht ik haar ervan dat ze een ander had ingehuurd om bij mij in een goed blaadje te komen. Dat ontkende ze. Nee, ze had gewoon gedaan wat ik haar had geleerd.

Die workshop heb ik dus eigenlijk helemaal niet nodig. Toch schrijf ik me bij deze alvast graag in. Juist dergelijke bijeenkomsten kunnen enorm bijdragen aan een – hoe krijg ik het uit mijn pen – een stukje reflectie en bewustwording.

Het is net als wanneer je anderstaligen de grammatica van het Nederlands uitlegt. Ineens zie je patronen en afwijkingen in die patronen en patronen in die afwijkingen die je voorheen niet zag. Je bent niet alleen onbewust bekwaam maar wordt plots ook bewust bekwaam. En dat kan heel handig zijn als je iemand iets moet uitleggen.

Moeilijk is het om de student zijn of haar eigen keuzes te laten maken. Ook als haar of zijn aanpak niet zo handig is. Loslaten. Het laten gebeuren. Maar het moeilijkste van schrijfcoaching vind ik om de neiging te onderdrukken om de student opzij te schuiven en te zeggen: ‘Laat maar, ik doe het wel even.’ Of om te zeggen: ‘Als je klaar bent, mag je me het nog wel een keer toesturen. Dan kijk ik er nog even.’

‘Als coach stap je niet het veld in’, zeg ik dan naderhand bozig tegen mezelf. Maar dat is nog knap lastig.

Amateurs

Ik beken. Ik heb nog nooit een wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de plaats waar het oog van de schermlezer het eerst op valt. Ik heb nog nooit een wetenschappelijk artikel geplaatst over schriftelijke communicatie. En nu ik toch mijn hele hebben en houden op tafel leg: ik heb de afgelopen 2 jaar geen training gedaan over trainen.

U wilt weten waarom u dit moet weten. Omdat ik in mijn vakblad Tekstblad lees dat ik als zelfstandig tekstschrijver en schrijftrainer onvoldoende in kennisontwikkeling investeer. In die van mezelf, welteverstaan. Dat zegt Kees Maat. Hij stond aan de wieg van professionele schrijftrainingen, dus hij kan het weten. Maat was baas bij een groot bureau.

Hij zegt: ‘Leo Lentz onderzocht bijvoorbeeld ook hoe mensen naar een beeldscherm kijken en tekst op een beeldscherm tot zich nemen. Dat moet je weten als je een schrijftraining geeft …’

Toen hij nog baas was van een bureau liet hij zijn trainers regelmatig bijscholen. Hij zegt: ‘[… ]of een zelfstandige zijn of haar vak nu goed kan bijhouden? Mm. Ik heb mijn twijfels. Zeker ook gezien de tarieven die zzp’ers tegenwoordig worden opgedrongen.’

Hier brak mijn klomp. Ik word hier – impliciet – weggezet als amateur.

In september geef ik een schrijftraining voor Deskundigen-Hygiëne-en-Infectiepreventie-in-opleiding. Ik ga ze niet leren waar hun lezer of lezeres allereerst naar kijken als ze een webpagina openen. Ik hou het kleiner, basaler. Ik ga ze leren dat ze een tekst in blokjes moeten opknippen. Dat het aardig is als je in een e-mail de lezer aanspreekt. Dat de lijdende vorm prima Nederlands is maar dat het wel eens wat te veel van het goede kan zijn. Dat moeilijke woorden nuttig zijn als je wilt laten zien dat je hebt doorgeleerd maar dat de meeste lezers daar al van uitgingen en dat je dus ook best eenvoudig Nederlands mag schrijven. En dat ‘tenslotte’ en ‘ten slotte’ een verschillende betekenis hebben. Dat … Nou ja, ik hou ook nog wat over voor mijn lessen.

Het is allemaal behoorlijk basaal geef ik toe. Maar voor mijn cursisten vaak ogenopenend. Dat mijn lessen gewaardeerd worden – en dat worden ze – zit ‘m in de stof. Ze wisten het gewoon niet. En nu weten ze het wel. Het zit ‘m ook in de docent, hoor ik van hen al zeg ik dat zelf. Iemand die weet waar hij het over heeft en kan spelen met voorbeelden uit hun praktijk. Ze waarderen het dat ik kan schakelen. En ze waarderen het dat die enkele keer dat er iets spannends gebeurt in een training, ik dat redelijk kan handlen. Dat ik nooit publiceerde, ach, ik heb daar nooit vragen over gehad. Misschien vinden ze dat minder interessant.

Ten slotte. Maat vergoelijkt zijn impliciete kwalificatie van ‘amateur’ door te vermelden dat de tarieven zo onder druk staan. Hoe kunnen wij arme kleine zzp’ers nu bij blijven? Ik vraag gemiddeld zo’n 80 euro per uur voor schrijftrainingen, exclusief voorbereiding, exclusief btw. Ik vind dat een mooi tarief. Bureaus vragen meer. Maar veel van dat extra geld gaat zitten in bazen, officemanagers, accountmanagers, teamuitjes en de belofte dat als de trainer ziek is ze waarschijnlijk in staat zijn om een vervanger te leveren. De accountmanager ben ik zelf. Een officemanager zou soms heel fijn zijn. En natuurlijk, af en toe een baas om over te zeuren, heerlijk! Nu ben ik altijd zelf de schuldige als er iets mis gaat. En die belofte van vervanging? Ik heb Tekstnet. Eén mailtje in de groepsmail en we helpen elkaar uit de brand.

Dat ik in mezelf moet blijven investeren beaam ik. Maar dat de kwaliteit van zelfstandig schrijftrainers in een groot gebaar in twijfel wordt getrokken met niets anders als onderbouwing dan “twijfel”, dat steekt een beetje. Zeker als dat gebeurt door een meneer die eerder in dat interview pleit voor meer denktucht.

Nou ja. Dat wilde ik even kwijt. Eeuwig zonde van die klomp trouwens.

De meerwaarde van een tekstschrijver

De juiste vraag op het juiste moment: dát is de meerwaarde van een tekstschrijver!

We stonden in de bergen bij Nice op de parkeerplaats bij de Galerie Maeght. Het was even na vijven. Het was een lange dag geweest. ’s Morgens waren we op en neer naar de markt gelopen. We hadden geluncht , ook geen kleinigheid in Frankrijk, en daarna waren we dus naar dat museum. Een prachtig gebouw in een prachtige omgeving met wonderschone beelden.

We waren moe. Er zat bier en wijn in het uur en nootjes, maar daarvoor moesten we wel eerst daar weg.

Vier van ons hadden de auto. Twee de scooter. Toen we weg wilden, bleek er een probleem. Het bergvakzitgedeelte van de scooter wilde niet open. En daar lagen de helmen. Ik hield me wat afzijdig. Ik ben niet technisch. Maar zelfs met de gecombineerde inspanningen van een kunstenaar, een hoogleraar, een huisarts, een anesthesist-in-opleiding en een aanstaande wetenschapper-in-opleiding zorgen niet voor een resultaat.

De huisarts vond een stuk zaag en wilde daarmee het slot te lijf. Ik kon het niet langer aanzien en toonde uiteindelijk toch ook enige betrokkenheid.

Ik stelde een vraag.

Ik vroeg: ‘Hoe werkt het dan? De dokter deed het geduldig voor. Sleutel erin. Even de knop induwen en de klep omhoog … klik.

Daar heb je nou een tekstschrijver voor nodig: de juiste vraag op het juiste moment.

 

%d bloggers liken dit: