Leven en laten leven

Ik deel het bed met zo’n duizend wespen, tientallen slakken en een pad. Het aardbeienbed, welteverstaan. Die pad is nieuw in ons bed. Tot op heden redden de wespen en ik ons prima. Onze relatie dreigde ietwat verstoord te raken toen ik – in een vlaag van intolerantie – een grote grinttegel op de ingang van het hol stortte. Maar ze zagen niet dat ik het was en groeven zich welgemoed een nieuwe entree. Nu denk ik: leven en laten leven. En ik pluk met mate: het gedeelte rond de ingang van hun holletje laat ik met rust. Af en toe vliegt er een wat argwanend naar me toe. ‘Wat doet-ie toch?’ zie je hem denken. Ze hebben maar weinig belangstelling voor de aardbeien zelf.

Die pad is nieuw. Hij keek me smekend aan toen ik hem opdook bij het plukken. Om goede sier te maken, deed ik alsof ik mijn hand over het hart streek. Ik durf u wel te bekennen dat ik geen enkele intentie had deze pad op te pakken en een ander bedje voor hem te zoeken. Leven en laten leven.

En hoe zit het dan met de slakken, vraagt u zich af. Ik beken. Ik strooide de laatste maanden zo af en toe biologisch verantwoorde, eetbare, onschadelijke slakkenkorrels in mijn groentetuin. Het zijn dure, onschuldige, viesblauwe korreltjes die prima werk doen, dacht ik. Nu denk ik: was dat weggegooid geld? Is de pad de grote slokop in ons bed? Leven en laten leven. Moeder natuur doet er niet aan.

Meer advocaten zorgen voor meer advocaten

Onlangs was ik in het westen. NS-station Amsterdam Zuid om precies te zijn. Een troosteloos oord. Wat me er opvalt is de hoge advocatendichtheid. Ik zag vanaf het perron in elk geval drie giga kantoorgebouwen van advocatenfirma’s. Een veeg teken, dunkt me.

Wat ging er mis? Waarschijnlijk helemaal niets. Die advocaten hebben het gewoon heel slim aangepakt. De  advocaat van cliënt 1 maakt een contract met wat juridische spitsvondigheden. Daardoor heeft cliënt 2 ook een advocaat nodig. Die vervolgens weer een heel nieuwe advocaat nodig maakt. En dan gaat het hard.

Een goede tekstschrijver maakt een andere tekstschrijver overbodig. Een goede advocaat maakt een andere advocaat juist nodig. Wij tekstschrijvers moeten hier toch van kunnen leren.

Ik schreef ooit iets over taaltolerantie. Ik trek dat terug. Ik pleit voortaan voor een veel strikter taalbeleid. Ik pleit voor een zuiver Hollandsch dat 100 % correct is. En bij twijfel is er een taalrechtbank. Gaan we heerlijk uren discussiëren over taalzaken waar we nooit helemaal uitkomen. En de rekening? De klant. Maar die heet dan wel cliënt.

Verschrikkelijk tolerant

Tolerantie. Wat is het niet? Tolerantie is niet beleefd ‘ja’ zeggen als je ‘nee’ bedoelt. Tolerantie is niet ‘geen ruzie maken’. Tolerantie is niet ‘dat moet toch kunnen’.

De schrijver Geert van Istendael was vrijdagavond te gast in het radioprogramma ‘Brands met boeken’. Hij schreef onlangs ‘Tot het Nederlandse volk’, een boek over Nederland anno nu en hoe het zo gekomen is. Zijn analyse in het kort: In Nederland zoeken we altijd naar consensus. Koste wat het kost. Van Istendael betoogde dat wij Nederlanders om consensus te bereiken problemen liever wegvegen dan ze benoemen. Ik kan wel meegaan met Van Istendael. Misschien is onze Nederlandse  “tolerantie” gewoon misplaatste gemakzucht of een schrijnend gebrek aan het vermogen om ruzie te maken. Angst voor gedonder in de tent.

Taaltolerantie. Wat is het niet? Taaltolerantie is niet taalfouten van scholieren onder de mat vegen. Taaltolerantie is niet het goedpraten van taalfouten op het werk. Taaltolerantie is niet ‘dat moet toch kunnen’.

Taal is het waard om ruzie over te maken. Het is namelijk meer dan een middel om te communiceren. We waren zaterdag in het Dorpshuis bij de Nieuwjaarsvisite van Dorpsbelangen Leermens en de voertaal op het podium was vooral Gronings. Of je dat nu begrijpt of niet. Dat is niet intolerant bedoeld. Leermens is beslist een kanshebber voor de prijs van het meest tolerante dorp van Groningen. Nee, de Nieuwjaarsvisite is een Leermster feestje. En we beginnen dus de avond met het zingen van het Gronings volkslied en het Leermster lied. Ik bedoel: taal is ook een middel om te laten zien dat je in de roedel past. En om je identiteit te bevestigen of te versterken. Taal is een van de dingen die een groep tot een groep maken. Taal is het waard om zuinig op te zijn.

Ik doe niet mee aan hetzes tegen taalmisstanden. Is dat tolerantie of misplaatste gemakzucht? Mirjam Jochemsen bedroeft zich over taalgebruik op de middelbare school. Ze schrijft in een reactie op m’n stukje van afgelopen vrijdag: ‘Toch heb ik er moeite mee als een puber in een betoog voor het vak Nederlands stelt dat Rusland “een moeilijk groot land” is…’ Ik begreep de zin niet eens. Gelukkig was dit weekend mijn jongste zoon thuis. Hij kon uitleggen dat ‘moeilijk’ hier ‘vet’ betekent. Ik ben het met Mirjam eens.

Rusland is een moeilijk land. Rusland is een groot land. Maar Rusland is geen moeilijk groot land. Dat mag je als leraar Nederlands niet laten passeren in een zakelijke tekst van leerlingen. Een leraar Nederlands moet leerlingen leren hoe het moet. Sterker: hij moet ze leren hoe het hoort. Dan kunnen leerlingen later altijd nog afwijken en zo onze taal vernieuwen in plaats van hem te verbasteren.

En dan ben ik graag bereid mijn uiterste best te doen om hem te begrijpen. Ik ben namelijk verschrikkelijk tolerant.

Taaltolerantie

Gisteren ontving ik een mail van een lezer. Hij stoorde zich aan het taalgebruik van een lezeres van het Jeugdjournaal. Lees even mee:

‘Op zoek naar het nieuws stuitte ik op een juffrouw die aan de kinderen in Nederland vertelde wat er in de wereld aan de hand is. Ze sloot haar uitleg af met ‘DOEG…!! Waarom niet gewoon ‘DAG  !! Daar zitten we dan de komende 50 jaar mee. Nu komt mijn vraag: ‘kun jij niet aan alle juffrouwen die het jeugdjournaal voorlezen, zeggen dat dit echt niet meer kan?’

Tja. Doorgaans reageer ik niet op lezerverzoeken maar ik wil graag een uitzondering maken. Ik heb namelijk ook een ergernis. Ik erger me aan mensen die zich ergeren aan taalmisstanden. Zo. Het hoge woord is eruit.

Is ‘Doeg’ echt erg? Natuurlijk praktiseren veel mensen Nederlands dat niet aan de regels voldoet. Maar who cares? Taal leeft en beweegt, taal ontwikkelt zich. Taal is een middel om jezelf te uiten en om de ander te horen. Wat telt is de vraag of ik erin slaag mezelf te uiten en de ander erin slaagt mij te begrijpen.

Dat veronderstelt aan beide zijden van de verbinding goede wil. Goede wil om je duidelijk en voor de ander acceptabel te uiten. En goede wil om de ander te begrijpen.  Ik heb me heilig voorgenomen om me niet meer te ergeren aan ‘het kan niet zo zijn’, ‘zich beseffen’, ‘zeg maar’ of ‘doeg’.

Dus nee, een doegverbod ga ik niet uitvaardigen. Nederland kan zo veel toleranter.

%d bloggers liken dit: