Een streepje of een trema?

Heel moeilijk is de les van vandaag niet. Maar als je weet wanneer je een streepje moet plaatsen en wanneer een trema, scoor je bij het Groot Dictee der Nederlandse Taal meteen een heel stuk beter. En dat is mooi meegenomen in deze donkere dagen.

Goed, het streepje. We noemen dat streepje hier het verbindingsstreepje. Een verbindingsstreepje verbindt woord-delen die tezamen één woord vormen. Dat zijn samenstellingen. Een samenstelling bestaat uit twee of meer woorden die afzonderlijk een woord zijn. Samen maken ze een nieuw woord. In het Engels schrijft men ze los. Wij schrijven ze aan elkaar. Dus ‘mossel’ en ‘zaad’ wordt ‘mosselzaad’. En een installatie die mosselzaad “invangt”, heet in goed Nederlands ‘mosselzaadinvanginstallatie’. Zo’n woord is nog net leesbaar. Maar we naderen een grens. Als je als schrijver vindt dat de samenstelling niet goed leesbaar is, mag je dat tussenstreepje plaatsen. Dan krijg je bijvoorbeeld ‘mosselzaad-invanginstallatie’.

Maar soms moet het streepje. De meest voorkomende situaties zet ik op een rij.

Bij samenstellingen die een klinkerbotsing veroorzaken. In het woord ‘radiouitzending’ vormen de ‘o’ en de ‘u’ de tweeklank ‘ou’. Terwijl dat hier nu net niet de bedoeling is. Met het verbindingsstreepje haal je die tweeklank weer uit elkaar en laat je toch zien dat het één woord is. Dus correct is: ‘radio-uitzending’. Overigens: ik verzin dit niet zelf. Je vindt het gewoon op de website van de Taalunie

Bij samenstelling met ‘letterwoorden’. Een letterwoord is een woord dat je uitspreekt als de losse letters. Het begrip ‘zelfstandige zonder personeel’ wordt meestal afgekort als ‘zzp’. Een adviseur die deze meneer of mevrouw adviseert heet niet ‘zzpadviseur’. Je schrijft: ‘zzp-adviseur’.

En ten slotte in samenstellingen waarin het eerste deel bestaat uit een combi van twee begrippen die elkaar niet aanvullen maar gelijkwaardig aan elkaar zijn. De Taal top 100 (leuk boekje van, inderdaad, de Nederlandse Taalunie) geeft een aantal voorbeelden: ‘haat-liefdeverhouding’ of ‘maag-darmkanaal’. Als je in dat laatste woord geen streepje zou plaatsen zou ‘maag’ iets zeggen over ‘darm’. Net zoals ‘mossel’ iets zegt over ‘zaad’.

En die trema dan? Voor dit stukje hebben we de tax wel bereikt. Volgende week is er weer een nieuwe les. Maar één ding kunnen we er wel over zeggen: een trema gebruik je onder andere  binnen afleidingen. Dat zijn woorden die bestaan uit een hoofdwoord en een of meer meer letters die dat hoofdwoord vervoegen maar zelf niets betekenen. En dus schrijven we over een twee-eiige tweeling die met z’n tweeën een twee-eenheid vormen.

Trouwens ken je deze site over taal al? De Wereld van de Nederlandse Taal. Een fantastisch cadeau van -daar zijn we weer- de jarige Taalunie. Wat zeggen we dan?