Sociale media ontploft

image-3519878
De restanten van wat eens sociale media waren

Ik las in de Telegraaf (vraag niet hoe ik daar nu weer terecht kwam)  over een medewerker van een visserij-museum die Facebook en Twitter had doen ontploffen. Toen hij uitlegde hoe touw gemaakt wordt, had hij een fout grapje gemaakt over het vastbinden van Marokkaanse jongetjes. Iemand had dat foute grapje gehoord en begon er verontwaardigd over te twitteren.

De krant schreef dat de meneer de sociale media had doen ontploffen. Dat is niet juist. Die meneer maakte een fout grapje. De twitterende toehoorder deed de sociale media ontploffen. Verontwaardiging doet het daar nu eenmaal goed.

Zelf maak ik ook wel eens een fout grapje. Zo … maar laat ik mijn eigen hier maar op de vlakte houden.

Weet u. Voor een ontploffing is natuurlijk gas nodig maar óók een vonk. Zonder vonk verdwijnt gas vanzelf. Maar dat levert natuurlijk weinig likes op.

No reply

Schermafbeelding 2016-08-03 om 09.56.36
De mail die je krijgt na een bezorgklacht komt van ‘noreply’

Sorry. Ik ben er weer en het allereerste thuis-stukje is meteen zo’n zeurstukje. Dat de krant slecht, laat, te laat of niet wordt bezorgd, dat went. Daardoor stond ik er niet bij stil dat een beroep op de vakantieservice echt teveel gevraagd is. In mijn naïviteit regelde ik dat de krant tijdens onze vakantie bij de buren zou bezorgd worden. Dat bleek lastig. Pas twee dagen voor onze terugkeer kwam de krant bij hen in de bus. En nu blijft-ie daar bezorgd worden.

Wie dit wil aankaarten bij de Volkskrant heeft een groot probleem. Zeker. Er is de bezorgservice per internet. Dat menu biedt een paar opties. Je kunt bijvoorbeeld melden dat je de krant niet kreeg. Of dat-ie beschadigd is. Dat helpt niet. Bellen dan maar? Je krijgt exact dezelfde opties. Een mailtje? Kan niet. Je kunt wel een brief sturen. Naar een postbus.

En dus ga je twitteren.

En verdomd. 5 minuten later kan er ineens wel gecommuniceerd worden. De jongens en meisjes van de webcare melden zich.

Schermafbeelding 2016-08-03 om 10.12.50

De Volkskrant is natuurlijk niet de enige die het zo regelt.

25 jaar geleden leerde ik de definitie van PR: ‘het structureel en stelselmatig bevorderen van het wederzijds begrip tussen de organisatie en haar doelgroepen’. Maar wél op de voorwaarden van de organisatie. Bellen mag niet meer. Mailen mag niet meer. Je krijgt een menu en daar moet je het mee doen. Wat een armoe.

Ouderen en de sociale media

Wij ouderen doen het niet meer zo goed op de arbeidsmarkt, lees ik in NRC Next. We zijn vaak ziek, we zijn star en we kunnen slecht overweg met de sociale media. Het klopt. Ik schrijf nu ruim twee jaar dit blogje en verzuimde nimmer maar u zag hier en daar toch wel een griepje rondwaren in mijn tekstjes. En het feit dat ik al ruim twee jaar dit blogje schrijf, bewijst hoe star ik ben. En die sociale media dan?

Ik heb een LinkedIn-account dat ik verwaarloos. Ik heb mijn cv niet recent geüpdatet. En op Facebook plaats ik weliswaar regelmatig een berichtje maar dat mag geen naam hebben. Over mijn kwaliteiten als blogger doe ik geen uitspraken. Resteert Twitter. Ja: ik twit. Ik tweet bedoel ik. Daarvoor gebruik ik de schuilnaam @woutsorgdrager. Ik gebruik het o.a. om deze stukjes de wijde wereld in te sturen en om te horen hoe het in de wereld is gesteld. Echt waar. Maar af en toe raak ik verwikkeld in een tweetconversatie. En dat is te moeilijk voor mij.

Wat kan hier nu mis gaan?

Gisteren stuurde Anneke mij een berichtje met een blog van een journalist die zich laat omscholen tot arts. Ik beschouwde het niet als hint maar als een tip: kijk, zij schrijft, net als jij, over de gezondheidszorg. ik reageerde dat mijn zoon binnenkort ook als coassistent aan de slag mag. Enige tijd later stuurde mijn wettige echtgenote een tweetje uit New York. De strekking: de orkaan Sandy houdt zich nog rustig maar alles gaat straks preventief plat. Juist daarna schrijft Anneke mij: ‘Leuk om straks inside-information te hebben’. Ik – 54, toch wat angstig door een vrouw in het verre New York en bovendien star als een deur – slaagde er niet in om het verband te leggen tussen dit bericht en de eerdere conversatie.

Wij ouderen. Wij moeten maar weer gewoon stilletjes brieven schrijven.

Pot en ketel

Gisteren schreef ik een belerend stukje over een twitterende ambtenaar. Nu lees ik dat GroenLinks een nieuw interim-bestuur heeft. Het bestuur telt 6 personen. Interim-voorzitter is Eduard van Zuijlen, burgemeester van Menterwolde. Jawel, in Groningen. De Volkskrant onthulde vandaag een van de selectiecriteria voor dit bestuur: je mocht je niet in het gedoe van GroenLinks gemengd hebben of je er publiekelijk over hebben uitgelaten, bijvoorbeeld via Twitter. In de hele partij waren er toen precies 6 personen over.

Want ja, ik heb me ook wel eens publiekelijk uitgelaten over GroenLinks. Vandaar dat ik hier zit en Eduard daar. Dat is wel jammer. Ik herinner mij dat Henk Bleker ooit als interim partijvoorzitter in de landelijke politiek begon en uitgroeide tot staatssecretaris. Hoe is het eigenlijk met Henk Bleker?

Terug naar Eduard van Zuijlen. Ik was benieuwd naar wat hij dan wél twitterde. Nou, dit dus bijvoorbeeld:

‘Op weg naar Zwolle voor bijeenkomst over e-overheid. Accent op innovaties mbt digitale veiligheid. Diginotar, weet u nog?’

Zijn volgende tweet luidde:

‘Kom v bijeenkomst die niet ging over dat waarover hij zou gaan. En hij was tòch (juist??) heel boeiend en inspirerend.’

Nee, daar val je je ook geen buil aan.

Maar nu mijn gebroddel met Twitter. Ik maakte er de afgelopen dagen een potje van. Ik trek het boetekleed aan en steek dan in één beweging ook maar de hand in eigen boezem. Excuses aan al diegenen die mijn tweets lezen. De tweet over de theedoek sloeg op de kickboxer die iemand heeft geslagen. De tweet over de tweet die niet klopte is nooit verzonden. En de tweet over Sibculo is simpel: ik ging naar Sibculo en dacht, dat is leuk, dat willen mijn lezers weten. Dat viel tegen: het riep vooral vragen op. Tijd voor retraite. Ik neem een weekje herfstvakantie. Graag tot later.

De overheid twittert

Mijn wijkagent twittert. Dat is handig. Dankzij haar tweets weet ik bijvoorbeeld dat ik op de kruising tussen de Delleweg en de Eemshavenweg niet mag keren, hoe verleidelijk dat ook is nu alles er is afgesloten. Dankzij haar tweets blijf ik enigszins op de hoogte van het wel en wee in de buurt vanuit de optiek van de politie. 

Maar er is wel een maar. In sommige tweets van haar zit een onverholen (wanneer gebruikte u dat woord voor het laatst?) morele component. Bijvoorbeeld deze naar aanleiding van de rellen in Haren: ‘Verdachten rellen Haren gestraft…..wat is straf?’ En gisteren kreeg ik deze: ‘Gesproken met begeleider van een jongere welke zwaar verslaafd is. Krijgt een laatste kans, anders komt hij op straat te staan. #kansenpakken’. Ik neem overigens aan dat de jongen een laatste kans krijgt en niet de begeleider.

Het gaat mij niet om de wijkagent. Het gaat mij om Twitter als medium voor de overheid. Tot voor kort zouden de afdelingen Communicatie de inzet van Twitter niet hebben aangemoedigd. Wij communicatieprofessionals hielden graag een oogje in het zeil als de professionals zelf massamedia gaan gebruiken. Inmiddels weten we beter. We faciliteren liever dan we controleren. Vorig jaar woonde ik bij de belastingdienst de instructie bij  van medewerkers die aan de slag gingen voor het twitteraccount rond de toeslagen 2012 aan particulieren. Professioneel. Het onderwerp was in de bio scherp afgebakend. Er lagen formats klaar. Er was een huisstijl afgesproken en alle niet standaard-tweets werden gecheckt door een collega. Met andere woorden: er zat communicatiebeleid achter. En dat werkte. Veel klanten vonden het handig. En het is ook nog eens  beretransparant: check @BDtoesl2012.

Doen dus. Maar hou het feitelijk. Ga niet chatten. Vermijd oordelen. Realiseer je dat het een massamedium is waarmee veel fout kan gaan. Iedereen kan twitteren. Maar niet iedereen slaagt erin om een knipoog in de boodschap handig te presenteren. Niet iedereen slaagt erin om de neutraliteit en open grondhouding die je van de overheid verwacht te bewaken. Kortom: formuleer spelregels en train de twitterende ambtenaar. Maar goed, om met mijn wijkagent te spreken: ‘dat kan, dat is een mening.’

Twitter

Een hoogleraar, een man van enig statuur, verbonden aan een groot universitair medisch centrum, doet belangrijk onderzoek naar nare aandoeningen. Het is onderzoek dat de aandacht verdient van de hele mensheid. Hij vroeg me gisteren naar de meerwaarde van Twitter is. We zaten aan een feestelijk diner dus ik wou niet lullig doen. Maar het is een gotspe dat wetenschappers niet door hun universiteiten gedwongen worden om in sociale media te vertellen over hun onderzoek. Naast de verplichting om te publiceren in wetenschappelijke tijdschriften zouden wetenschappers ook verplicht moeten worden om wekelijks 3 relevante tweets te plaatsen. Tweet or perish.

Ik wou niet lullig doen, dus dat zei ik niet. Ik zei iets als: Twitter is een ideaal medium om snel en eenvoudig kennis en inzichten te delen. Daarin is het een sociaal medium. En bovendien is het ook – pardon le mot – gezellig. Soms.

Tekstnetcollega Anneke Nunn struint als ware zij spiderman dag in dag uit de websites af die we over deze  aardbol hebben gestrikt. Zij attendeerde bijvoorbeeld op een leuk artikel over twitterende, facebookende en bloggende dokters. Dat is relevant voor mij. Nog een voordeel. Twitter maakt het ook mogelijk om je persberichten snel onder de aandacht te brengen van je volgers. Verplaats je even in 1999. Als toen een wetenschapper een nieuw onderzoek onder de aandacht wilde brengen stuurde men een persbericht naar de radio’s en televisies en de persbureaus. Een dag later zagen we er dan misschien iets van terug. Wie nu een persbericht twittert, weet dat het onder de aandacht komt van alle geïnteresseerde volgers. Niet morgen, niet vanavond, nu. Dat snelle ervan is voor e-mailadepten overigens ook wel even schrikken. Een twitterbericht is er en even later niet meer.

En dat ik bericht dat ik mijn overhemd ga strijken om naar een feestelijk diner te gaan? Ach, ergens tussen al mijn 100 volgers is er vast wel iemand die denkt: ‘En strijken kan hij ook al.’ Zo bouw ik mijn merkbekendheid verder uit: Wout Sorgdrager, tekstschrijver, schrijftrainer, social media expert, blogger en strijkman.

%d bloggers liken dit: