De dubbele ontkenning

Dubbele ontkenningen maken je tekst slecht leesbaar. En toch kom je ze vaak tegen. Meestal als iemand wat te verbergen heeft.

Artikel 12

WIJ BEVESTIGEN dat de genade van God in Christus zowel vergeving als levensveranderende kracht geeft, en dat deze vergeving en kracht een volgeling van Jezus in staat stellen om zondige verlangens te doden en te leven op een wijze die de Heere waardig is.

WIJ ONTKENNEN dat de genade van God in Christus onvoldoende is om alle seksuele zonden te vergeven, of onvoldoende kracht geeft aan gelovigen die zich tot seksuele zonden aangetrokken voelen, om een leven in heiliging te leven.

En zo rolt de gezamenlijke verklaring over Bijbelse seksualiteit door. 14 artikelen. Een BEVESTIGING, een ONTKENNING. Gelukkig komt er nog een een pastoraal getoonzette preambule bij. Ik kan haast niet wachten.

Er is veel over gezegd en geschreven. Over de harteloosheid, de bitterheid, de arrogantie, de liefdeloosheid, de naarheid van de tekst. Over de dubbele ontkenningen las ik nog niets.

Zij vormen een opmerkelijk deel van de tekst: de heren bevestigen namelijk 14 keer iets, maar ze ontkennen wel 28 keer iets. De ONTKENNINGEN zijn namelijk vrijwel allemaal dubbele ontkenningen. Neem artikel 12, #2. Wat staat daar?

Dubbele ontkenningen kun je vaak het best in twee stappen lezen. Eerst de tekst zonder de eerste ontkenning, en daarna mét. In stap 1 staat er allereerst dat de genade van God ontoereikend is om seksuele zonden te vergeven en om “gelovigen die zich tot seksuele zonden aangetrokken voelen” de kracht te geven die gruwelijke lusten in te ruilen voor een leven in heiliging. En dan moet je dus ervoor lezen: ‘We ontkennen dat’.

Eigenlijk staat er: ‘Zondaar, die gerichtheid van jou (‘gerichtheid’ is het woord dat Van der Staaij gebruikt) kun je prima opbergen. Als je maar wilt. Aan onze God ligt het namelijk niet.’

Dat een paar obscure sektarische dominees dit soort taal uitslaat … toe maar. Maar dat een gerespecteerd lid van onze volksvertegenwoordiging dit onderschrijft, is een blamage.

Mag ik het zo zeggen?

Goed. We gaan naar onze correspondent in Den Haag, Ron Fresen. ‘En Ron, hoe zou je de verkiezingscampagne tot dusver willen typeren?’

Ja Rob, blij dat je dat vraagt. Het was ook precies de vraag die ik heb voorbereid. Maar de vraag beantwoorden valt nog niet mee. Want het liefst zou ik de campagne willen typeren als volstrekt overbodig. We horen dezelfde verhalen, we zien dezelfde gezichten, schamen ons plaatsvervangend voor hetzelfde gedraai en voelen ons als parlementair verslaggever langzamerhand moedeloos en machteloos. Bah, nee. Ja, deze campagne mag wat mij betreft nu afgelopen zijn. Wie het nu nog niet weet, moet zijn stembiljet inleveren. Morgen verkiezingen en dan hupsakee, formatiebesprekingen. Kijk, dan kan ik voor een deur gaan liggen en de kleur van de stropdas van Pechtold duiden. Zo zou ik de campagne willen typeren. Maar dat mag natuurlijk niet. Dus mag ik het dan zo zeggen: het is een felle campagne maar dat zijn we de laatste jaren wel gewend.’

Nee. Nee Ron, zo mag je dat niet zeggen.

Mag ik het zo zeggen …