Leven met een raadsel

Ik herlas XY van Sandro Veronesi. De eerste keer dat ik het las, las ik een boek over een nare slachtpartij ergens in de Italiaanse Alpen. Wie deed het? Waarom? Een krimi. De tweede keer las ik een boek over het leven. Een roman.

Bij een piepklein gehucht ergens hoog in de Italiaanse Alpen vindt een bloederig drama plaats. Sommige slachtoffers zijn al jaren dood, een van de slachtoffers is overleden als gevolg van een beet van een reeds lang uitgestorven haai. Niemand kan het navertellen, niemand kan het verklaren. Het boek vertelt het verhaal vanuit twee personages: een pastoor en een jonge psychiater. Ze worstelen allebei met de gebeurtenis, ieder vanwege zijn of haar eigen geschiedenis.

Ik moest denken aan een boek van Gerard Reve, ik meen Moeder en zoon. Daarin gaat hij uitgebreid in op de waarde van symbolen. Hij betoogt dat een symbool geen metafoor is. Een symbool “staat” nergens voor; een symbool geeft uitdrukking aan iets waarop we zonder dat symbool geen greep zouden kunnen hebben. Om een symbool te begrijpen moet je het niet willen begrijpen. Het woord ‘begrijpen’ is een krampachtig woord.  Je moet gelóven.

Daarover gaat XY. Over gebeurtenissen zonder verklaring. Over gebeurtenissen zonder betekenis. Over leven met raadsels. Over leven. Ik vond het de tweede keer mooier dan de eerste keer.