No reply

Schermafbeelding 2016-08-03 om 09.56.36
De mail die je krijgt na een bezorgklacht komt van ‘noreply’

Sorry. Ik ben er weer en het allereerste thuis-stukje is meteen zo’n zeurstukje. Dat de krant slecht, laat, te laat of niet wordt bezorgd, dat went. Daardoor stond ik er niet bij stil dat een beroep op de vakantieservice echt teveel gevraagd is. In mijn naïviteit regelde ik dat de krant tijdens onze vakantie bij de buren zou bezorgd worden. Dat bleek lastig. Pas twee dagen voor onze terugkeer kwam de krant bij hen in de bus. En nu blijft-ie daar bezorgd worden.

Wie dit wil aankaarten bij de Volkskrant heeft een groot probleem. Zeker. Er is de bezorgservice per internet. Dat menu biedt een paar opties. Je kunt bijvoorbeeld melden dat je de krant niet kreeg. Of dat-ie beschadigd is. Dat helpt niet. Bellen dan maar? Je krijgt exact dezelfde opties. Een mailtje? Kan niet. Je kunt wel een brief sturen. Naar een postbus.

En dus ga je twitteren.

En verdomd. 5 minuten later kan er ineens wel gecommuniceerd worden. De jongens en meisjes van de webcare melden zich.

Schermafbeelding 2016-08-03 om 10.12.50

De Volkskrant is natuurlijk niet de enige die het zo regelt.

25 jaar geleden leerde ik de definitie van PR: ‘het structureel en stelselmatig bevorderen van het wederzijds begrip tussen de organisatie en haar doelgroepen’. Maar wél op de voorwaarden van de organisatie. Bellen mag niet meer. Mailen mag niet meer. Je krijgt een menu en daar moet je het mee doen. Wat een armoe.

Aandacht. Hoe zinsvolgorde ervoor zorgt

Schermafbeelding 2016-02-15 om 21.41.28

De andersomliner. In het tv-programma Zondag met Lubach stak Arjen Lubach er de draak mee. De andersomliner is een stijlfiguur die de redacteuren van de NOS vaak gebruiken voor intro’s op nieuwsitems in het NOS-journaal. Bijvoorbeeld deze:

5000 euro als welkomstpremie. Dat krijgen leraren als ze in Rotterdam op een school komen werken.

Lubach en zijn redactie zetten een groot aantal van deze andersomliners achter elkaar en  inderdaad, dan wordt het komisch. (Dat geldt overigens voor veel dingen, zo blijkt uit de rest van de uitzending. De achterelkaarplakker, zo noem je dat stijlmiddel. Als een tv-programma veel achterelkaarplakkers gebruikt, dreigt dat een cliché te worden.)

Voor een tekstschrijver, en dan met name voor degene die teksten moet schrijven die worden voorgelezen, zijn die Rob Tripjes echter helemaal zo gek niet. Zeker als er daarna beeld bij komt. Wat is het doel van die eerste zinnen? Precies: aandacht.

Laten we het eens op de ouderwetse manier doen. ‘Leraren die in Rotterdam bij een school komen werken krijgen …’  en de luisteraar is weg. Het is een trucje. Je pikt het meest aandachttrekkende uit het bericht en formuleert dat een beetje “catchy” in 3 of 4 woorden. En vervolgens maak je de luisteraar blij met informatie over dat wat je het eerste noemde.

Doen kranten het eigenlijk anders? Welnee. Nu ik het zo zie, zie ik ook dat Rob Trip en zijn redactie het gewoon van de krant afkeken. Kijk, de Volkskrant gisteren, op pagina 3:

Strijd barst los om zetel Supreme Court

President Obama wil op de valreep van zijn ambtsperiode een nieuwe opperrechter benoemen. Dat mag hij – maar de Republikeinen willen het uit alle macht voorkomen.

Je hóórt Rob Trip het voorlezen. En op pagina 7:

Stromae in plaats van preken

De psalmen zijn vervangen door popmuziek, de kansel is een lessenaar geworden. Maar is een kerk wel de juiste plek voor samenkomsten van gelovigen én ongelovigen?

Aandacht krijg je nu eenmaal niet zomaar. Niet op de televisie. Niet in de krant. Ook de zinsvolgorde kan er aan bijdragen. Het was me nog niet opgevallen maar ik ga het gebruiken. Met mate, dat wel.

Bekijk hier de hele uitzending van Zondag met Lubach. Het item over Rob Trips en diens intro’s vind je rond 05.50.

De onmacht van bordjes is de onmacht van mensen

Bordjes. Onze laatste Zweedse camping had er veel. Bijvoorbeeld het bordje in de wc met daarop een gebruiksaanwijzing van de wc-borstel. En het bordje bij de entree van de doucheruimte met daarop de boodschap dat wie die ruimte met schoenen betreedt een boete krijgt van 500 kronen. En het bordje bij het keukenblok met de boodschap dat wie niet goed opruimt een boete krijgt van, inderdaad, 500 kronen.

Ook mijn fitnesscentrum grossiert in bordjes. Zo word ik gemaand om kort te douchen, om mijn lege flesje hier weg te gooien, om de gewichten netjes op te ruimen en om mijn bidon met mijn handdoek af te drogen na het vullen.

Wie ergens solliciteert doet er goed aan om er even het keuken- en kopieerhok te inspecteren op bordjes: ze zijn een feilloze graadmeter voor de sfeer.

Bordjes gebieden, bordjes verbieden. Bordjes gaan uit van de gedachte dat de mens geneigd is tot alle kwaad. Dat klopt. En dus zijn bordjes stuk voor stuk het gevolg van ergernis en machteloosheid en zijn ze een bron van apathie of, erger, ergernis. Kun je je een thuis voorstellen waar je bordjes ophangt voor de huisgenoten?

De Volkskrant schrijft over de onmacht van bordjes. Zo staat er bij de A2 om de kilometer een bordje met de maximumsnelheid, hangen er borden die waarschuwen voor trajectcontrole en hangt er een groot bord met ‘Dag en nacht 100’. Het werkt niet. 989.000 mensen kregen er vorig jaar een bekeuring.

Dat doet me denken aan het inzicht dat wie erg boos is, meestal boos is op zichzelf.

Does it spark joy

Hoe deden we dat, vroeger? Om acht uur ’s avonds uitgeput op de bank, gekookt, gegeten, Sesamstraat gekeken, kinderen gebadderd, voorgelezen, ingestopt, klaar en om half zeven gezond weer op (dat had je toen), ontbijt maken voor de kindertjes, de familie, schone luiers, vergadering doornemen, jaargesprek oefenen, oppas bijpraten, snel snel naar Stad? En om vijf uur altijd die druk om weer op tijd thuis te zijn. We redden het vaak wel maar vaak ook niet. Om om kwart voor zes uur de jongens bij de oppas af te halen, moesten we om tien over vijf het ziekenhuis uit. Maar om tien over vijf had ik nog vaak wat Belangrijks te doen. Die haast, die druk, die jachtigheid.

Dat was toen. Alexa Gratama schreef in de Volkskrant een opiniestuk over het hedendaagse moderne levensgevoel. Daar schrik ik van. Hoe redt de moderne mens het? Ik begrijp dat hedendaagse ouders niet alleen moeten werken en zorgen maar zich ook nog eens moeten amuseren en ontwikkelen en aan de runningtherapie en mindfulness. Gratama ziet het met lede ogen aan. Haar slotsom:

‘We hebben van alles gewoon veel te veel. Te veel spullen, te veel bezigheden, te veel taken, te veel eisen. De genezing begint dus met opruimen. Opruimen van onze kasten, onze agenda, ons hoofd, ons leven. Maar wat moet er weg en wat mag er blijven?’

Tjee. Daar zit je dan met je moderne levensgevoel in je overvolle huis in je overvolle leven. Moet je ook nog eens opruimen. Gelukkig krijgt u nog wel een soort beslisboom waarmee u aan de slag kunt.

‘Does it spark joy?’ Is het antwoord ja, dan mag het blijven. Bij nee moet het weg. Hup, naar de kringloop of in de kliko.

Voor de vaas van tante Hanneke werkt dat wel. En de broodrooster? Does it spark? En zo ja, is dat joy? Maar het kan ingewikkelder worden. Kijk vanavond eens naar uw man of vrouw uitgeput op de bank en doe de test: Does it spark joy?

Vissen

Hier langs het Leermstermaar zit menig visser. Ik heb geen enkele aanvechting ernaast te gaan zitten en mijn hengel uit te gooien. Hoewel. ‘Schrijven is vissen, geduldig vissen tot je beet hebt’ aldus Remco Campert in de Volkskrant van zaterdag. In datzelfde stukje schrijft Campert dat schrijven een noodzaak is. Een zelfgekozen noodzaak, dat wel. Niet schrijven is ondenkbaar.

Ik kan me daar wel wat bij voorstellen. Op 12 oktober 2010 schreef ik m’n eerste stukje voor het wereldwijde internet. Ietwat beschroomd. Ietwat bleu. Iedereen kan het lezen. Maar ook: iedereen móet het lezen. Niet dat ik daar veel aan doe. Te trots. Ze moeten me maar vinden. En: te bescheten. Leuren met je stukjes is leuren met jezelf. En leuren met jezelf doe je niet.

Nu, 999 blogjes en bijna vierenhalf jaar verder, weet ik hoezeer Campert gelijk heeft. Gelezen worden is niet het hoogste doel. Iets vangen ook niet. Gewoon zitten en wachten op wat zich aandient, is eigenlijk het mooiste van schrijven. Zitten. Wachten. De woorden doen het werk.

Nix aan de handa

Jan Deen is hoofd transport en distributie bij de NDC Mediagroep. Hij is er zeg maar de opperbezorger. Jan heeft een gouden slag geslagen: voortaan bezorgt hij niet alleen het onvolprezen Dagblad van ons Noorden maar ook de landeljke kranten. Waaronder onze Volkskrant. Dat is efficiënter en dat is zo.

Maandag kregen we de krant niet. Dinsdag kregen we de krant niet. Woensdag kregen we het Algemeen Dagblad. Gemakshalve vat ik dat maar samen als: woensdag kregen we de krant ook niet. Dat is inderdaad wel erg efficiënt.

Deen erkent dat de brievenbus misschien wat later kleppert dan anders. Maar hij kan er niet zo mee zitten, met die vertraging in de bezorging: ‘Ik had wel wat ruis op de lijn verwacht.’ zegt hij in een exclusief interview met het Dagblad.

‘Gelukkig,’ denk je dan als klant, ‘aan alles is gedacht.’

Maar Deen heeft wel een ijzersterk excuus: ‘Het krappe tijdpad tussen bezorgen in de ochtend en de schooltijden, speelt ons soms parten.’

Wat is dat met die logistieke meneren? Deen heeft wel wat weg van de baas ‘Operatie’ van Prorail. ‘Als je mij onstlaat, los je de problemen niet op. Een eventuele opvolger zal voor dezelfde uitdagingen komen te staan.’

Om met de grote Gerard Reve te spreken: cortomo, nix aan de handa.

Levenswandel

café scheltemas
Het journalistencafé Scheltema 1961

Remco Campert gaf ons zaterdag in de Volkskrant een voorproefje van een nieuwe gedichtenreeks Levenswandel

Al behoudende vervliegt het leven
toch zo makkelijk zo spoorloos
gestorven vrienden
nu skeletten geelbleekjesbruin in hun kist
as tot as, stof tot stof
alleen wederopstaand in mijn dromen:

op bekende grond van een journalistencafé
ontmoet ik jaren na zijn dood
op vreemde bodem van een Duits kamp
in zo’n droom mijn vader
ik omhels hem snikkend
eindelijk thuis

In de column stelt Campert de vraag hoe de lezer dit gedicht ooit tot zijn bezit kan maken. Zijn conclusie: dat kan niet. Zijn redenering: Camperts vrienden zijn niet onze vrienden. Camperts geelbleekjesbruin is niet ons geelbleekjesbruin. Camperts journalistencafé is niet ons journalistencafé.

Een rare redenering voor een verstandige man. Als ik een gedicht lees, maak ik het tot mijn bezit. Juist doordat mijn geelbleekjesbruin mijn geelbleekjesbruin is. Wie een gedicht schrijft mijmert of puzzelt of construeert voor zichzelf. Maar zodra je een gedicht publiceert, staat het op eigen benen. En mogen wij het ons toeëigenen. Sterker: moeten wij het ons toeëigenen. Want alleen de lezer kan een gedicht wakker kussen. En wat we dan zien, is de prins van onze dromen.

Campert citeert dit ene gedicht. Er komt nog meer, begrijp ik uit zijn woorden. Maar daarvoor ‘moeten u en ik geduld hebben’, schrijft hij. Geduld. En dat terwijl het leven zo makkelijk vervliegt.

De foto diepte ik op uit de website Het geheugen van Nederland :Bijna 900.000  oude foto’s uit allerlei archieven.